Hoofdpagina Afdrukken Bookmark and Share
Zaterdag, 31 Juli 2010
De Tijdspoort - fragment

© 2000 - Uitgeverij Clavis Hasselt.
Alle rechten voorbehouden

cover 

De reis was kort, maar intens en voor hij het wist, voelde Rikkie de koude buitenlucht om zich heen, maar hij bleef vallen! Het wormgat was blijkbaar nogal hoog in de lucht geëindigd en nu viel de jongen zo'n acht meter naar beneden! Rikkie schreeuwde toen hij de grond aan duizelingwekkende snelheid dichter zag komen. Maar in plaats van harde kasseien, die elk botje in zijn lichaam zouden breken, voelde hij hoe iets zachts onder hem de schok wonderwel opving. Rikkie keek omhoog, waar het gat in de sterrenhemel zich weer sloot. De jongen zuchtte opgelucht nu het tot hem doordrong dat hij er heelhuids was doorgekomen, maar waar was hij? Hij klikte het armbandje rond zijn pols en de lichtjes en displays lichtten op in alle kleuren van de regenboog. Naast 'oorsprong' stond in blauw opgloeiende cijfers: '2138'. Dat klopte. Maar naast 'bestemming' stond '1999'! Rikkie kon het zelf niet geloven. Hij kroop rechtop en voelde meteen dat hetgeen hem had opgevangen niet alleen zacht, maar ook nat was. Toen rook hij ook de walgelijke stank, die uit het stro dampte. Rikkie was op een goeie ouwe mesthoop terecht gekomen, en was van onder tot boven doordrenkt.

„SHIT! SHIT! SH...!”

Maar de derde shit bleef in zijn keel steken toen een aantal krachtige schijnwerpers aanflitsten. Nu zag hij pas goed waar hij was, het erf van een kleine boerderij. Ook achter de ramen van het woonhuis brandde er nu licht en even later ging de deur open. Rikkie krabbelde zo snel hij kon uit de mesthoop.

„Meneer, ik...ik...” stamelde hij terwijl hij op de persoon in de deuropening toeliep, maar het silhouet haalde een lange stok tevoorschijn.

Een geweer, flitste het door Rikkies hoofd en hij stak snel zijn handen in de lucht.

Maar de boer bleek minder vredelievend dan de jongen had gehoopt.

'Knal!' Boven het krakende geweerschot uit, hoorde hij de hagel rakelings langs zijn oren fluiten. Nu kon hij wel een langgerekt 'shiiiiit!' uitbrengen. Als de bliksem draaide hij zich om en begon te rennen voor zijn leven. Een tweede schot deed de achterruit van een gammele auto rinkelend aan splinters vliegen. Rikkie stoof door de poort naar buiten, de straat op.

'Ka-blam!' Een derde schot plantte zich in een groot verkeersbord aan de overkant van de weg. Hals over kop rende de jongen de modderige landweg over, door plassen en modderpoelen, vurig hopend dat de boer zijn auto niet zou nemen om hem achterna te komen. Hoe lang hij uiteindelijk gelopen had, wist Rikkie niet, maar toen hij zich uitgeput liet neervallen in het gras langs de kant van de weg, hoorde hij in de verte een klok luiden. Was het misschien de uitputting die hem parten speelde? Moeizaam strompelde hij de helling op en toen hij de top had bereikt, kreeg hij een schouwspel te zien, dat hem even al zijn zorgen deed vergeten. De zon kwam op boven de daken van een klein stadje en voorzag de hele omgeving van een schitterende gouden schijn. Het was diezelfde zon die Rikkie elke ochtend zag opkomen in zijn kamer. Hij wist niet hoe de stad noemde, maar de zon was vertrouwd.

Al liftend probeerde hij de stad te bereiken, maar zoals hij er uitzag wilde niemand hem meenemen. Zijn hoogtechnologische kleren waren doordrenkt met mest. Zijn lange, blonde haar klitte aaneen en hij rook naar een overvolle beerput. Eén wagen reed zelfs opzettelijk door een grote plas langs de weg, waardoor Rikkie een golf ijskoud modderwater over zich heen kreeg.

„Hier heb je een bad, schooiertje!” riep de bestuurder en hij reed door.

Vuil, doorweekt en doodmoe bereikte hij uiteindelijk het stadje. Hij was van zondagmiddag, recht in zaterdagochtend aangekomen, dus had hij nog geen enkele kans gehad om te slapen. Na een korte tocht door de straten, bereikte hij een groot plein met in het midden een parkje. Voorbijgangers bekeken het smerige joch argwanend en een oud dametje liep in een boog om hem heen, terwijl ze haar handtas angstvallig met beide armen omklemde. Maar daar stoorde Rikkie zich niet aan. Hij werd te zeer in beslag genomen door de omgeving. Hier had hij vaak foto's van gezien in de geschiedenisles. Ze hadden zelfs een virtuele trip door de twintigste eeuw gemaakt, maar nu kon hij alles werkelijk zien en vastpakken. Zelfs de lucht rook anders dan in zijn tijd, veel vuiler. Wat logisch was omdat de auto's hier nog op benzine of diesel reden.

Gierende banden rukten Rikkie bruusk uit zijn trance. Een groene Toyota bestelwagen schoof over het asfalt recht op hem toe. De wielen blokkeerden en schuurden een zwarte laag heet rubber over het wegdek. Rikkie verstijfde. De bestelwagen kwam tot stilstand, de hete motorkap op een paar centimeter van Rikkies kin. Grijze rook steeg op van onder de spatborden. De jongen stond te trillen op zijn benen. In de toekomst zweefde het verkeer zo'n tien meter boven de grond.

„Kijk verdomme toch waar je loopt! Snotaap!” bulderde de bestuurder.

Rikkie hoorde het niet en terwijl hij verder de weg op liep kon hij maar aan één ding denken: wat zou er gebeuren als hij zou sterven in deze tijd?

 
Firefox 3
© Johan Vandevelde 2002-2010