Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Vrijdag, 15 december 2017
Heb je deze al gelezen?



De tijdspoort - fragment
© 2012 - Johan Vandevelde
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘De tijdspoort’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


De TijdspoortRikkie had de hele dag en een groot deel van de avond in de stad rondgedoold, maar toen het was gaan regenen had hij toch maar de bus genomen. Waarheen wist hij niet. Als het maar ergens buiten het drukke centrum was, waar iedereen hem aanstaarde. Hij zou noodgedwongen de nacht onder de blote hemel moeten doorbrengen. De temperaturen waren nog behoorlijk mild voor november en zijn geklimatiseerde winterjas zou hem warm houden.

‘Kaartjes alstublieft.’

Rikkie keek op. Was dat tegen hem? Naast zijn zitje stond een man met een badge op zijn jasje gespeld. Daarop stond zijn foto en het woord Controleur.

‘Je vervoersbewijs’, verduidelijkte de man, deze keer met meer aandrang.

Dat begreep Rikkie wel, maar in zijn tijd was het openbaar vervoer gratis. Hij haalde zijn transportpasje tevoorschijn, waarmee hij op de monorail kon en toonde het aan de man. Die bekeek het ding met gefronste wenkbrauwen en toch ook wel een beetje met verwondering. Het was zo dun als een speelkaart en aan de voorzijde defileerde in groen oplichtende letters Rikkies naam en geboortedatum – 13 juli 2126 - gevolgd door de geldigheidsdatum van het vervoersbewijs: 31 augustus 2139.

‘Is dit soms een grap?’ Hij gaf Rikkie zijn transportpasje terug. ‘Als je geen geldig vervoersbewijs hebt, moet je toeslag betalen. Heb je het of heb je het niet?’

Rikkie besloot zich maar gedeisd te houden en schudde nee.

De man schudde verontwaardigd het hoofd en haalde zijn notaboekje boven.

‘Je hebt toch wel geld bij je?’

In 2138 had niemand contant geld op zak. Alles werd elektronisch betaald. Rikkie toonde de man zijn betaalkaart.

‘Nee dus’, besloot de controleur met toenemende ergernis. De bus vertraagde aan een halte. Alle ogen waren nu gericht op de vuile jongen met de blauwe streep in zijn haar en hier en daar kon Rikkie iets opvangen over de kinderen van vandaag.

‘Geef me je identiteitskaart.’

Dit ging grondig fout en Rikkie besloot dat het tijd was om in actie te komen, als hij zich geen problemen op de hals wilde halen. Die had hij al meer dan genoeg.

De man blokkeerde elke uitweg, maar het zitje voor hem was leeg. Rikkie deed alsof hij naar zijn identiteitskaart zocht en vond ze ook. Maar toen hij ze aan de man gaf, liet hij ze tussen zijn vingers glippen.

‘Oh, sorry!’ zei Rikkie, alsof hij het meende en dook naar de vloer. Daar griste hij zijn staats ID kaart van tussen de voeten van de man en schoof vliegensvlug onder het zitje door naar de andere kant.

‘Hei!’ riep de controleur.

De deuren van de bus waren net open gegaan en Rikkie stormde tussen de mensen door naar buiten. Daar zette hij het op een rennen.

Hij kon de controleur horen roepen dat ze hem moesten tegenhouden, maar gelukkig voor Rikkie deed niemand wat hij vroeg.

Hij moest hoe dan ook aan contant geld zien te komen, anders zou hij niet overleven in deze vreemde wereld. Maar dat waren zorgen voor morgen. Nu kwam het erop aan een plek te vinden om te slapen.

Het was donker en Rikkie was in een buitenwijk aanbeland met mooie villa’s met voor- en achtertuintjes. In de meeste achtertuintjes stonden tuinhuisjes. Comfortabel zou het niet zijn, maar zo was hij tenminste beschut voor de kou en de regen, die nu in dunne druppeltjes uit de hemel viel. Bovendien viel hij om van de slaap. Niemand zou op dit uur naar het tuinhuisje gaan en hij zou er wel voor zorgen dat hij morgen nog voor zevenen weg was. Rikkie klauterde over de haag en sloop gebukt langs de zijkant van de villa. Er brandde licht achter de ramen, hij moest dus zo stil mogelijk zijn. Maar in het donker zag hij de lege bloempotten niet die hoog tegen de muur stonden gestapeld. Hij botste er tegenaan en zag de hele stapel kantelen.

Met een hels kabaal vielen de potten aan scherven. Het tuinlicht flitste aan. Rikkie rende door de schaduwen over het gras en verstopte zich achter een boom. Daar wachtte hij met ingehouden adem op wat komen zou. De achterdeur ging open en in de ramen van het tuinhuisje zag Rikkie iemand in het tegenlicht van de felle halogeenspots. De lichtbundel van een zaklamp dwaalde over het gras. De man met de zaklamp bekeek zijn gebroken potten en liep dan verder de tuin in, recht naar de boom waarachter Rikkie stond. De jongen zag maar één oplossing en dat was rennen voor zijn leven. Hij schoot vanachter de boom vandaan en zette het op een lopen naar de haag.

‘Hé!’ riep de man, maar Rikkie keek niet om. Nog vier meter en hij was vrij. Maar zo ver kwam hij niet. Zijn voet bleef in een molshoop haken en hij smakte hard tegen het grastapijt. Toen hij weer overeind wilde komen, kreeg hij een puntige knie in zijn rug die hem meteen weer tegen de grond duwde. De knie verdween en een hand pakte hem bij de arm en trok hem bruusk overeind. Rikkie kneep zijn ogen dicht tegen het licht van de zaklamp, die nu recht in zijn gezicht scheen.

‘Wat doe jij hier, huh?’ schreeuwde de man hem toe.

‘Ik-ik zocht alleen maar een plek om te s-slapen’, stamelde Rikkie. Hij probeerde zich stoer te houden, maar hij stond te trillen op zijn benen.

‘O ja?’ bulderde de man. ‘En mijn bloempotten vernielen, is dat ook om te slapen? Ik zou de politie moeten bellen, kleine vandaal!’

‘Het was een ongelukje’, piepte Rikkie. ‘Het spijt me. Belt u alstublieft niet de politie.’

De man voelde hoe de jongen beefde van angst en de grote woede verdween uit zijn ogen. Hij liet Rikkie los en keek hem bedrukt aan.

‘Ben je weggelopen?’

Rikkie schudde nee.

‘Waar zijn je ouders?’

Rikkie schokschouderde. Het was het meest geloofwaardige antwoord dat hij kon geven. De man zuchtte.

‘En waar zou je dan slapen? Hier in het natte gras? Je loopt een longontsteking op!’

‘In-in uw tuinhuishuisje’, antwoordde Rikkie. ‘Als u het goedvindt.”

‘En denk je dat ik dit goedvind?’

Rikkie keek bedremmeld naar zijn schoenen en schudde nee.

‘Luister’, zei de man. ‘Er zijn heel goede instellingen voor kinderen zoals jij. Als je me de politie laat bellen, dan zullen zij wel zorgen dat je vanavond in een zacht bed ...’

‘Nee! Geen politie!’ smeekte Rikkie.

‘Ze zoeken je, is het niet? Wat heb je uitgevreten?’

‘Ik heb niks misdaan’, verdedigde Rikkie zich. ‘Ze zoeken me niet. Ik wil gewoon niet ... ik wil niet naar een instelling. Ik wil alleen ...’

De man zuchtte opnieuw en stond recht, zodat hij boven Rikkie uit torende.

‘Je wilt alleen maar in m’n tuinhuis slapen. Hoe heet je?’

‘Rikkie, meneer’, zei Rikkie zacht.

‘Zo, Rikkie Meneer’, glimlachte de man. ‘Mijn naam is Peter De Raad en als je belooft om mijn huis niet leeg te roven, wil ik je vannacht wel op de bank in de woonkamer laten slapen.’

‘W-waarom?’ vroeg Rikkie een beetje verwonderd.

‘Omdat ik ook een zoon heb en ik voor geen geld in de wereld zou willen dat hij in een vochtig en koud tuinhuisje sliep.’

De woonkamer van Peter De Raad was groot, maar knus ingericht. In een hoek stond een bureau met een PC. De printer zoemde zacht en spuwde het ene blad na het andere uit.

Rikkie liep langs de schoorsteenmantel en liet zijn blik over de foto’s dwalen die er stonden opgesteld. Op de meeste stond een aardig glimlachende dame, soms alleen, dan weer met haar armen om mijnheer De Raad en op eentje zat ze op een bank met een kleuter van een jaar of vier op haar schoot.

‘Is dat uw zoontje?’ vroeg Rikkie.

Mijnheer De Raad lachte.

‘Ja, dat is ‘m, maar dat is al een oude foto. Hij is nu ongeveer jouw leeftijd.’

‘En dan is dat uw vrouw ...’ wees Rikkie naar de dame.

Mijnheer De Raad glimlachte niet meer en knikte nu alleen maar.

‘Ja’, zei hij stil. ‘Ze is nu niet meer bij ons ...’

Het laatste blad rolde uit de printer en er viel een snijdende stilte.

Peter nam de handdoek die over de sofa lag en wierp hem de haveloze jongen toe.

‘Hier. Ik was van plan een douche te nemen, maar jij hebt het blijkbaar meer nodig dan ik.’

Rikkie ving de handdoek op. Hij rook naar lavendel.

‘Het is boven, tweede deur links. En denk erom: ik vertrouw je.’

‘Bedankt meneer’, zei Rikkie beleefd. ‘Ik zal u niet teleurstellen.’

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017