© 1999 - Johan Vandevelde
Hoewel het niet gepubliceerd werd is het volgende fragment auteursrechtelijk beschermd. Het mag enkel gebruikt worden voor educatieve doeleinden. Voor elk ander gebruik is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.
'Ik doe wat ik kan!', klonk het vanonder het instrumentenbord.
Plots schoot de motor aan met een zacht gebrom. Tristan kwam overeind
en zette zich achter het stuur. Rikkie kwam naast hem zitten.
'Tot straks, Simon!', riep Rikkie en sloeg de deur dicht. Kris opende
het raam en voegde eraan toe: 'Mijn vader kan hier elk moment zijn.
Breng hem mee naar het kamp!'
Simon knikte.
'Die antieke wagens zijn echt kinderspel om te stelen,' pochte Tristan.
'Ja, maar kun je er wel mee rijden?' vroeg Rikkie.
'Dat zullen we meteen weten.'
Tristan zette zijn voet op het gaspedaal. De wagen schoot vooruit en
knalde in de achterzijde van een geparkeerde politiewagen.
Buiten sloeg Simon hen hoofdschuddend gade.
'Oeps!' slikte Tristan.
'We weten het,' zei Rikkie schamper.
Hij schakelde de wagen in achteruit en gaf gas - teveel gas, zodat de
wagen deze keer achteruit in de voorkant van een andere politiewagen
beukte.
'Komaan Tristan!' drong Rikkie aan. Hij zag agenten namelijk uit het
commissariaat rennen met Reinders en Vandenberg op kop. Ze wezen opgewonden
naar hun wagen en kwamen afgerend.
Tristan zag ze ook in de achteruitkijkspiegel. Rikkie en Kris deden
snel de deuren op slot. Tristan gaf gas en draaide het stuurwiel naar
links. De wagen schot met gierende banden vooruit, schuurde tegen de
staart van de voorste politiewagen en reed volle vaart de straat op.
De jongens zagen Reinders en Vandenberg achter hen aan rennen, maar
al snel moesten ze opgeven.
Simon schrok toen een hand hem plots bij de schouder vastgreep en hem
omdraaide. Het was een vriendelijke man, die net uit een beige stationwagon
was gestapt.
'Hey jochie! Wat gebeurt hier allemaal?'
'Bent u de vader van Kris?'
'Ja! Ja! Dat ben ik! Waar zijn ze?' Peter greep Simon met beide handen
vast en bij elk woord schudde hij de jongen doorheen. Simon keek hem
kwaad aan en Peter liet hem meteen los.
'Sorry.'
'Ze zijn naar mijn kamp. Rikkie en Tristan gaan naar huis.'
'Kom mee!'
Peter laadde Simons fiets in de koffer en liet de jongen vooraan naast
hem zitten.
'Gordel aan!'
Ondertussen raasden de jongens in volle vaart door
de straten. Tristan had het gaspedaal helemaal ingedrukt en kwam nu
nauwelijks boven het instrumentenbord uit. Het was Rikkie die zijn ogen
op de weg hield en Tristan waarschuwde voor hindernissen. Kris zat lijkbleek
op de achterbank en klikte zijn gordel vast. Gelukkig waren de straten
redelijk rustig, want de jongens hadden meer dingen aan hun hoofd dan
gewoon maar autorijden. Andere dingen, zoals de drie politiewagens,
die aan volle snelheid en met loeiende sirenes achter hen aan reden.
'Ze komen dichter!' riep Kris in paniek.
'Tristan! Rood licht!' schreeuwde Rikkie. Maar Tristan kon niet meer
stoppen - zeker niet aan deze snelheid.
'Oh shit!'
Rikkie hield zich vast aan zijn zetel. De wagen reed aan volle snelheid
het kruispunt op. De andere bestuurders voor wie het licht groen was,
gingen op hun rem staan. Auto's slipten met piepende banden. Kris zag
dat de politiewagens achter hen ook door het rode licht reden. Een zware
vrachtwagen met stalen buizen begon te slippen en verloor zijn lading
met een enorm kabaal. De laatste politiewagen kon de buizen niet meer
ontwijken en knalde ertegen. De agenten stapten uit. Ze konden de achtervolging
wel vergeten. Maar de twee andere politiewagens reden verder.
Kris stond doodsangsten uit op de achterbank.
'We zijn criminelen! Ik ben ontsnapt uit het politiebureau, we hebben
een auto gepikt, politiewagens geramd, door het rood gereden, een ongeval
veroorzaakt,...'
'En we zijn nog maar pas begonnen', grijnsde Tristan.
'In plaats van te zaniken zouden je beter kijken waar je rijdt!' riep
Rikkie 'We zijn zonet voorbij de afslag gereden.'
'Shit!'
De twee achtervolgende politiewagens waren nu nog maar een paar meter
verwijderd en dreigden de jongens klem te rijden. Maar Tristan draaide
het stuur naar links en liet de wagen rond zijn as draaien. De twee
politiewagens remden en weken uit naar links en rechts. De eerste boorde
zich in de etalageruit van een tabakswinkel, de andere knalde op een
geparkeerde wagen. Tristan had de weg vrij en gaf volgas.
'Z-zijn we ze kwijt?', stamelde Rikkie.
'Nee.', antwoordde Tristan kort. Ze stevenden recht af op een vijftal
politiewagens.
'Oh nee! Wat ga je doen?'
Reinders en Vandenberg zagen de wagen van de jongens recht op zich afkomen
en hun mond viel open van verbazing.
Rikkie dacht dat zijn beste vriend al zijn verstand was verloren en
het leek of hij zelfmoordneigingen had gekregen.
'Tristan, ben je gek!?'
Maar Tristan luisterde niet en keek uiterst geconcentreerd naar de weg.
De afstand verminderde, 50 meter, 40 meter, 30 meter, 20 meter... Vlak
voordat de wagens met een formidabele klap tegen elkaar zouden knallen,
zwaaide Tristan het stuurwiel naar rechts en draaide met gierende banden
de zijstraat in. De politiewagens kregen geen tijd om te reageren en
reden rechtdoor.



