© 1999 - Johan Vandevelde
Hoewel het niet gepubliceerd werd is het volgende fragment auteursrechtelijk beschermd. Het mag enkel gebruikt worden voor educatieve doeleinden. Voor elk ander gebruik is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.
De beveiliging in de gevangenis van Paragon was maximaal, want het was een instelling voor heel zware criminelen en sinds de herinvoering van de doodstraf in Neo-Europa was dit ook het laatste stadium voor de meesten onder hen. Hier stond de enige electrische stoel in het land. Het hele gebouw was omringd door een muur van 10 meter hoog. Zelfs als je er al op zou geraken, kon je er niet meer af, want tien meter is heel hoog. Boven de muur staken vier hoge wachttorens, elk voorzien van een hoogtechnologisch automatisch wapensysteem, dat in staat was een vlo op één kilometer afstand te raken. De enige toegang tot de gevangenis was een opening in de muur, afgeschermd door krachtige hoog-vermogen lasers. De gevangenisdirecteur ging er prat op dat er nog nooit iemand was ontsnapt uit zijn gevangenis en dat was maar goed ook, want de mensen die er zaten, waren zo gevaarlijk dat het een misdaad zou zijn om hen los te laten lopen. Het was tien uur en binnen werden de gevangenen naar hun cellen begeleid. Sommigen waren vastgeketend met maglocks - een soort magnetische handboeien - en hadden een soort stalen muilband om, maar allen keken ze vol ontzag over de reling naar beneden. Daar werd generaal Erik Stratton door vier zwaar bewapende bewakers naar de dodencel gebracht, het laatste stadium voor de electrische stoel. Stratton was een boom van een man, meer dan twee meter en bijzonder struis gebouwd. Hij lachte nooit en had steeds dezelfde koele uitdrukking op zijn gezicht. Het was alsof hij van een andere wereld kwam. Hij had de groten der aarde laten beven van schrik en zijn ijskoude blik verraadde dat het nog niet voorbij was.
Naast Strattons cel stond de hoofdcipier te wachten.
Een man die bekend stond om zijn smerige grapjes tegenover de gevangenen.
Hij maakte er een gewoonte van om de terdoodveroordeelden persoonlijk
op te wachten aan hun cel de dag voor hun executie om nog een beetje
het mes in de wonde te draaien. Het was voor hem een hele eer om dit
nu bij Stratton te kunnen doen.
Maar Stratton had al heel andere plannen voor de volgende dag en bleef
verbazend koel, wat de hoofdcipier alleen maar ergerde.
"Ik hoop dat jouw dood de langzaamste zal zijn sinds de herinvoering
van de doodstraf."
"Ik wens jou hetzelfde toe," grijnsde Stratton.
"Goed, maar wees gerust dat ik persoonlijk de knop zal indrukken om
de wereld van jou te bevrijden."
"Er kan veel gebeuren in vierentwintig uur."
"Ze verlenen geen gratie aan monsters als jij. Een laatste keer tot
morgen, smeerlap!"
De hoofdcipier schoof zijn kaart door de sleuf en de lasertralies flitsten
aan.
Een ijzingwekkende grijns verscheen op het gezicht van de generaal.
"Daar zo ik zo zeker nog niet van zijn.", zei hij stil in zichzelf.
Buiten doorbrak het gedreun van plasma motoren de avondrust,
toen een patrouilletoestel boven het gevangenisterrein bleef hangen.
Een krachtige lichtbundel scande over het gebied.
Twintig meter lager schermde Dorik, een jonge bewaker, zijn ogen af
voor het felle licht. Het was zijn eerste nachtshift. Niet dat dit persé
zijn droom was, maar hij kreeg nu tenminste een risicopremie.
Binnen in het wachthokje pakte Benno zijn spullen bijeen. Benno was
al een oude rot in het vak. Enfin, "oud"; hij was 44. Maar 15 jaar cipier
hadden hun tol geëist en hij zag zo grijs als een muis.
"De eerste nacht is altijd de ergste," verzekerde Benno hem, "daarna
word je het gewoon."
Dorik kneep er een zenuwachtig glimlachje uit. Benno sloot zijn stalen
tas en legde zijn duim op de groene scanner. Een korte bliep bevestigde
hem dat het ding op slot was.
"Morgen op de briefing?"
"Ja, tot morgen."
Zodra Benno uit het zicht verdwenen was, greep een angstig voorgevoel
Dorik om het hart. Hij zat moederziel alleen in het kleine hokje naast
de laserpoort, verlicht door één enkele zoemende TL buis,
met niets anders dan een laserpistool om zich te verdedigen en een GlobeNet
terminal om zich bezig te houden.
"Shit! Dat wordt een lange nacht!", besloot Dorik.
Maar toen hij wou gaan zitten werd het glazen wachthokje plots fel verlicht
door de krachtige koplampen van een gepantserde Ford Gravitymaster 4.
Hij herkende het merk aan de ijle hoge toon van de antigrav propulsor.
Hij kende ze allemaal, dankzij zijn zoontje Nik, die totaal weg was
van anti-zwaartekracht voertuigen.
De Gravitymaster daalde langzaam naar het wegoppervlak. Twee luiken
aan elke kant schoven open en de wielen klapten uit. Het gegil van de
anti-zwaartekracht generator doofde uit. Allerlei vragen flitsten door
Doriks hoofd. Wat deed een gepantserd voertuig op dit uur aan de gevangenispoort?
Maar het zou wel extreem zijn moest hij nu reeds met een crisissituatie
geconfronteerd worden, dacht hij. Hij kon er niet verder naast zitten.
Een kort, licht zoemend geluid bevestigde dat één van
de deuren van het voertuig open was gegaan, maar nog steeds verblind
door de koplampen kon Dorik niet uitmaken of er iemand uitstapte. Hij
greep het kleine laserpistool en waagde zich buiten het licht van het
hokje. Dorik trachtte zijn angst te verbergen, want wie angst toont
aan zijn vijand is kwetsbaar, herinnerde hij zich uit de training. Een
silhouet kwam hem tegemoet, een struis gebouwde man, misschien wel een
werkandroïde. Een golf van opluchting ging door hem heen, want
androïden werden, zelfs in 2138 nog steeds geprogrammeerd volgens
Asimov's wetten van de robotika, die onder anderen stelden dat een robot
nooit een mens mag verwonden. Groot was zijn verrassing toen de androïde
een zwaar lasergeweer vanachter zijn rug haalde. Dorik deinsde achteruit,
maar de androïde was snel en greep hem vast. Het volgende moment
werd Dorik hard tegen zijn wachthuisje geslagen. De ruit verbrijzelde
met een doffe slag en een regen van minuskule glasbrokjes kwam op hem
neer.
"Open de poort!", sprak de androïde terwijl hij Dorik nog steeds
tegen het hokje geklemd hield. De stem van de robot was koud en sneed
door merg en been.
Dorik probeerde aan een manier te denken om te ontsnappen, maar alle
uitwegen bleken geblokkeerd door tientallen androïden. Hij realiseerde
zich dat hij geen kant opkon. In een flits zag hij de gezichten van
zijn vrouw en zijn zoontje. Wat zouden ze zeggen als pappa morgen niet
thuis kwam? Hij kon het niet helpen, maar begon te huilen als een klein
kind.
"Oké! Ik zal het doen! Alsjeblief doe me niets!"
De androïde sleurde hem het hokje in en met bevende hand schoof
Dorik zijn ID kaart in de sleuf en legde zijn rechterhand op de scanner.
Het rode licht werd groen en de laserpoort verdween.
"Dank u.", antwoordde de androïde omdat het zo nu eenmaal in zijn
programma stond.
Tot Dorik's ontzetting haalde de robot echter een lasermes te voorschijn.
Hij besefte onmiddellijk dat het gevangeniscomplex bezaaid is met handscanners
en dat de androïden niet ver zouden geraken zonder "geldige hand".
"Nee! Niet doen!", smeekte Dorik.
Maar toen het mes dichter kwam barstte de hel los. Machinegeweervuur
uit de torens. De overblijvende ruiten van het wachthokje vlogen aan
splinters en de GlobeNet terminal explodeerde in een regen van vonken.
Dorik liet zich vallen en bedekte zijn gezicht terwijl een regen van
glas en brokstukken op hem neerkwam.
De androïden spurtten naar de wagen en het volgende moment schoot
de gepantserde GravityMaster aan topsnelheid het gevangenisterrein op.
Het automatische spervuur uit de hoge wachttorens ketste in duizenden
vonken op het titanium pantser van de wagen.
Binnenin de gevangenis was eveneens de hel losgebroken.
Sirenes loeiden door het complex en honderden zwaarbewapende agenten
renden door de gangen. De gepantserde poort schoof open en de agenten
stormden naar buiten met hun wapens in de aanslag. Maar toen ze de Ford
aan ontzaglijke snelheid op zich toe zagen razen, renden ze terug naar
binnen. Tegen zo'n monster konden ze niks beginnen. De gepantserde gevangenispoort
schoof weer dicht, maar nog voor ze de grond raakte, boorde de wagen
zich erdoor met een enorme klap. IJzer en glas vlogen in het rond toen
het voertuig zich door de ontvangstdesk boorde en daar tot stilstand
kwam.
De agenten openden onmiddellijk het vuur op de buitenstormende androïden.
Maar die schoten ongenadig terug en dwongen de agenten terug in de ontvangstzaal.
De zware deur schoof dicht en een robot sloeg meteen de bediening stuk
met de kolf van zijn lasergeweer. De bewakers zaten onherroepelijk gevangen
in hun eigen gevangenis.
De hoofdcipier rende in paniek door de gangen. Hij had snel een lasergeweer uit het wapenmagazijn gegrist en hield het nu stevig tegen zich aan geklampt, alsof het een waardevolle schat betrof. Nog nooit had hij zoiets meegemaakt; een gewapend commando dat zomaar de gevangenis binnenstormt als was het de lokale supermarkt. Een zwaar bewaakte gevangenis nog wel; de meest beveiligde in het hele land!
Hij rende voorbij Strattons cel en de generaal grijnsde
hem toe.
"Tot morgen?"
De hoofdcipier negeerde Stratton en zocht dekking achter een stalen
wasgoedwagentje. Even later stormden de androïen de hal binnen
en de hoofdcipier opende onmiddellijk het vuur. De laserstralen sloegen
in op de vuilgroene muren en lieten er zwarte kratertjes achter. Een
androïde werd geraakt, maar stapte gewoon verder alsof er niks
gebeurd was en opende samen met de anderen het vuur op het wasgoedwagentje.
De lasergeweren van de robots waren van een nieuw krachtig type en de
stralen brandden gewoon door het staal.
Het bloed van de hoofdcipier spatte achter het wagentje uit tegen de
muur.
De androïden hadden de juiste man gedood, want hij was één
van de weinigen die een magnetische kaart van Strattons cel had. Stratton
grijnsde toen de laserstralen uitdoofden en hij uit zijn cel de vrijheid
in stapte. Zijn plannetje was gelukt. Lang voor zijn arrestatie had
hij vijftig oude werkandroïden opgekocht en ze geherprogrammeerd...
om hem te bevrijden. Het waren supergevechtsmachines geworden, die nu
een belangrijke rol konden spelen in zijn volgende plan; een plan waar
niemand iets tegen kon beginnen, het plan voor de grootste staatsgreep
uit de geschiedenis van de mensheid en er was slechts één
man op aarde die hem daarbij kon helpen: professor Bernard Matthijssen.



