Hoofdpagina Afdrukken Bookmark and Share
Woensdag, 8 September 2010

Een spectaculaire ontsnapping

© 1999 - Johan Vandevelde

Hoewel het niet gepubliceerd werd is het volgende fragment auteursrechtelijk beschermd. Het mag enkel gebruikt worden voor educatieve doeleinden. Voor elk ander gebruik is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.

De beveiliging in de gevangenis van Paragon was maximaal, want het was een instelling voor heel zware criminelen en sinds de herinvoering van de doodstraf in Neo-Europa was dit ook het laatste stadium voor de meesten onder hen. Hier stond de enige electrische stoel in het land. Het hele gebouw was omringd door een muur van 10 meter hoog. Zelfs als je er al op zou geraken, kon je er niet meer af, want tien meter is heel hoog. Boven de muur staken vier hoge wachttorens, elk voorzien van een hoogtechnologisch automatisch wapensysteem, dat in staat was een vlo op één kilometer afstand te raken. De enige toegang tot de gevangenis was een opening in de muur, afgeschermd door krachtige hoog-vermogen lasers. De gevangenisdirecteur ging er prat op dat er nog nooit iemand was ontsnapt uit zijn gevangenis en dat was maar goed ook, want de mensen die er zaten, waren zo gevaarlijk dat het een misdaad zou zijn om hen los te laten lopen. Het was tien uur en binnen werden de gevangenen naar hun cellen begeleid. Sommigen waren vastgeketend met maglocks - een soort magnetische handboeien - en hadden een soort stalen muilband om, maar allen keken ze vol ontzag over de reling naar beneden. Daar werd generaal Erik Stratton door vier zwaar bewapende bewakers naar de dodencel gebracht, het laatste stadium voor de electrische stoel. Stratton was een boom van een man, meer dan twee meter en bijzonder struis gebouwd. Hij lachte nooit en had steeds dezelfde koele uitdrukking op zijn gezicht. Het was alsof hij van een andere wereld kwam. Hij had de groten der aarde laten beven van schrik en zijn ijskoude blik verraadde dat het nog niet voorbij was.

Naast Strattons cel stond de hoofdcipier te wachten. Een man die bekend stond om zijn smerige grapjes tegenover de gevangenen. Hij maakte er een gewoonte van om de terdoodveroordeelden persoonlijk op te wachten aan hun cel de dag voor hun executie om nog een beetje het mes in de wonde te draaien. Het was voor hem een hele eer om dit nu bij Stratton te kunnen doen.
Maar Stratton had al heel andere plannen voor de volgende dag en bleef verbazend koel, wat de hoofdcipier alleen maar ergerde.
"Ik hoop dat jouw dood de langzaamste zal zijn sinds de herinvoering van de doodstraf."
"Ik wens jou hetzelfde toe," grijnsde Stratton.
"Goed, maar wees gerust dat ik persoonlijk de knop zal indrukken om de wereld van jou te bevrijden."
"Er kan veel gebeuren in vierentwintig uur."
"Ze verlenen geen gratie aan monsters als jij. Een laatste keer tot morgen, smeerlap!"
De hoofdcipier schoof zijn kaart door de sleuf en de lasertralies flitsten aan.
Een ijzingwekkende grijns verscheen op het gezicht van de generaal.
"Daar zo ik zo zeker nog niet van zijn.", zei hij stil in zichzelf.

Buiten doorbrak het gedreun van plasma motoren de avondrust, toen een patrouilletoestel boven het gevangenisterrein bleef hangen. Een krachtige lichtbundel scande over het gebied.
Twintig meter lager schermde Dorik, een jonge bewaker, zijn ogen af voor het felle licht. Het was zijn eerste nachtshift. Niet dat dit persé zijn droom was, maar hij kreeg nu tenminste een risicopremie.
Binnen in het wachthokje pakte Benno zijn spullen bijeen. Benno was al een oude rot in het vak. Enfin, "oud"; hij was 44. Maar 15 jaar cipier hadden hun tol geëist en hij zag zo grijs als een muis.
"De eerste nacht is altijd de ergste," verzekerde Benno hem, "daarna word je het gewoon."
Dorik kneep er een zenuwachtig glimlachje uit. Benno sloot zijn stalen tas en legde zijn duim op de groene scanner. Een korte bliep bevestigde hem dat het ding op slot was.
"Morgen op de briefing?"
"Ja, tot morgen."
Zodra Benno uit het zicht verdwenen was, greep een angstig voorgevoel Dorik om het hart. Hij zat moederziel alleen in het kleine hokje naast de laserpoort, verlicht door één enkele zoemende TL buis, met niets anders dan een laserpistool om zich te verdedigen en een GlobeNet terminal om zich bezig te houden.
"Shit! Dat wordt een lange nacht!", besloot Dorik.
Maar toen hij wou gaan zitten werd het glazen wachthokje plots fel verlicht door de krachtige koplampen van een gepantserde Ford Gravitymaster 4. Hij herkende het merk aan de ijle hoge toon van de antigrav propulsor. Hij kende ze allemaal, dankzij zijn zoontje Nik, die totaal weg was van anti-zwaartekracht voertuigen.
De Gravitymaster daalde langzaam naar het wegoppervlak. Twee luiken aan elke kant schoven open en de wielen klapten uit. Het gegil van de anti-zwaartekracht generator doofde uit. Allerlei vragen flitsten door Doriks hoofd. Wat deed een gepantserd voertuig op dit uur aan de gevangenispoort? Maar het zou wel extreem zijn moest hij nu reeds met een crisissituatie geconfronteerd worden, dacht hij. Hij kon er niet verder naast zitten. Een kort, licht zoemend geluid bevestigde dat één van de deuren van het voertuig open was gegaan, maar nog steeds verblind door de koplampen kon Dorik niet uitmaken of er iemand uitstapte. Hij greep het kleine laserpistool en waagde zich buiten het licht van het hokje. Dorik trachtte zijn angst te verbergen, want wie angst toont aan zijn vijand is kwetsbaar, herinnerde hij zich uit de training. Een silhouet kwam hem tegemoet, een struis gebouwde man, misschien wel een werkandroïde. Een golf van opluchting ging door hem heen, want androïden werden, zelfs in 2138 nog steeds geprogrammeerd volgens Asimov's wetten van de robotika, die onder anderen stelden dat een robot nooit een mens mag verwonden. Groot was zijn verrassing toen de androïde een zwaar lasergeweer vanachter zijn rug haalde. Dorik deinsde achteruit, maar de androïde was snel en greep hem vast. Het volgende moment werd Dorik hard tegen zijn wachthuisje geslagen. De ruit verbrijzelde met een doffe slag en een regen van minuskule glasbrokjes kwam op hem neer.
"Open de poort!", sprak de androïde terwijl hij Dorik nog steeds tegen het hokje geklemd hield. De stem van de robot was koud en sneed door merg en been.
Dorik probeerde aan een manier te denken om te ontsnappen, maar alle uitwegen bleken geblokkeerd door tientallen androïden. Hij realiseerde zich dat hij geen kant opkon. In een flits zag hij de gezichten van zijn vrouw en zijn zoontje. Wat zouden ze zeggen als pappa morgen niet thuis kwam? Hij kon het niet helpen, maar begon te huilen als een klein kind.
"Oké! Ik zal het doen! Alsjeblief doe me niets!"
De androïde sleurde hem het hokje in en met bevende hand schoof Dorik zijn ID kaart in de sleuf en legde zijn rechterhand op de scanner. Het rode licht werd groen en de laserpoort verdween.
"Dank u.", antwoordde de androïde omdat het zo nu eenmaal in zijn programma stond.
Tot Dorik's ontzetting haalde de robot echter een lasermes te voorschijn. Hij besefte onmiddellijk dat het gevangeniscomplex bezaaid is met handscanners en dat de androïden niet ver zouden geraken zonder "geldige hand".
"Nee! Niet doen!", smeekte Dorik.
Maar toen het mes dichter kwam barstte de hel los. Machinegeweervuur uit de torens. De overblijvende ruiten van het wachthokje vlogen aan splinters en de GlobeNet terminal explodeerde in een regen van vonken. Dorik liet zich vallen en bedekte zijn gezicht terwijl een regen van glas en brokstukken op hem neerkwam.
De androïden spurtten naar de wagen en het volgende moment schoot de gepantserde GravityMaster aan topsnelheid het gevangenisterrein op. Het automatische spervuur uit de hoge wachttorens ketste in duizenden vonken op het titanium pantser van de wagen.

Binnenin de gevangenis was eveneens de hel losgebroken. Sirenes loeiden door het complex en honderden zwaarbewapende agenten renden door de gangen. De gepantserde poort schoof open en de agenten stormden naar buiten met hun wapens in de aanslag. Maar toen ze de Ford aan ontzaglijke snelheid op zich toe zagen razen, renden ze terug naar binnen. Tegen zo'n monster konden ze niks beginnen. De gepantserde gevangenispoort schoof weer dicht, maar nog voor ze de grond raakte, boorde de wagen zich erdoor met een enorme klap. IJzer en glas vlogen in het rond toen het voertuig zich door de ontvangstdesk boorde en daar tot stilstand kwam.
De agenten openden onmiddellijk het vuur op de buitenstormende androïden. Maar die schoten ongenadig terug en dwongen de agenten terug in de ontvangstzaal. De zware deur schoof dicht en een robot sloeg meteen de bediening stuk met de kolf van zijn lasergeweer. De bewakers zaten onherroepelijk gevangen in hun eigen gevangenis.

De hoofdcipier rende in paniek door de gangen. Hij had snel een lasergeweer uit het wapenmagazijn gegrist en hield het nu stevig tegen zich aan geklampt, alsof het een waardevolle schat betrof. Nog nooit had hij zoiets meegemaakt; een gewapend commando dat zomaar de gevangenis binnenstormt als was het de lokale supermarkt. Een zwaar bewaakte gevangenis nog wel; de meest beveiligde in het hele land!

Hij rende voorbij Strattons cel en de generaal grijnsde hem toe.
"Tot morgen?"
De hoofdcipier negeerde Stratton en zocht dekking achter een stalen wasgoedwagentje. Even later stormden de androïen de hal binnen en de hoofdcipier opende onmiddellijk het vuur. De laserstralen sloegen in op de vuilgroene muren en lieten er zwarte kratertjes achter. Een androïde werd geraakt, maar stapte gewoon verder alsof er niks gebeurd was en opende samen met de anderen het vuur op het wasgoedwagentje. De lasergeweren van de robots waren van een nieuw krachtig type en de stralen brandden gewoon door het staal.
Het bloed van de hoofdcipier spatte achter het wagentje uit tegen de muur.
De androïden hadden de juiste man gedood, want hij was één van de weinigen die een magnetische kaart van Strattons cel had. Stratton grijnsde toen de laserstralen uitdoofden en hij uit zijn cel de vrijheid in stapte. Zijn plannetje was gelukt. Lang voor zijn arrestatie had hij vijftig oude werkandroïden opgekocht en ze geherprogrammeerd... om hem te bevrijden. Het waren supergevechtsmachines geworden, die nu een belangrijke rol konden spelen in zijn volgende plan; een plan waar niemand iets tegen kon beginnen, het plan voor de grootste staatsgreep uit de geschiedenis van de mensheid en er was slechts één man op aarde die hem daarbij kon helpen: professor Bernard Matthijssen.

Firefox 3
© Johan Vandevelde 2002-2010