Alle rechten voorbehouden
Op maandagochtend deed het nieuws de ronde dat de Mummie eindelijk het
loodje had gelegd. Dat nieuws bleek, zoals gewoonlijk, schromelijk overdreven
toen Darth Vader de klas binnenkwam met de mededeling dat mevrouw Schepens
in het ziekenhuis was opgenomen. ‘Geen nood’,
voegde hij eraan toe. ‘Er is al een vervanger gevonden, dus de biologieles
van vandaag gaat gewoon door.’
Een collectieve zucht ging door de klas.
‘Het zal me benieuwen’, zei Roderik, maar uit de toon van zijn
stem leidde Jasper af dat hij er weinig vertrouwen in had. Vervangers waren
maar al te vaak bloedsaaie figuren, die je deden verlangen naar de vorige
leraar. Hoewel, Jasper kon zich moeilijk inbeelden dat iemand nog saaier
kon zijn dan de Mummie. Ze hadden alles bij elkaar nog maar vier uur biologie van
mevrouw Schepens gehad. Dat betekende dat ze flink wat in te halen hadden
en de maandagochtend was al zo vreselijk: twee uur wiskunde en een uur Nederlands.
Hoewel het hun moedertaal was, snapte geen mens in de klas iets van dat
vak en zelfs de allerslimste meisjes raakten er de kluts bij kwijt. Mijnheer
De Wachter had er een kunst van gemaakt om de meest eenvoudige spelling-
en grammaticaregels zo ingewikkeld uit te leggen, dat je er kop noch staart
aan kreeg. Ook nu weer had hij het hele bord volgeschreven met pijlen en
schema’s in een poging om voor de zoveelste keer de dt-regels uit
te leggen. Jasper had die al lang onder de knie dankzij een eenvoudig trucje:
je vervangt een lastig werkwoord zoals ‘worden’ in je hoofd
gewoon door een ander werkwoord waarvan je duidelijk de ‘T’
hoort op het einde, zoals ‘lopen’. ‘Hij loopt’ heeft
een ‘t’ achteraan, ‘Hij wordt’ dus ook. ‘Ik
loop’ heeft dan weer geen ‘t’, ‘Ik word’ dus
ook niet.
Sinds Jasper hem het trucje had uitgelegd, maakte Roderik geen dt-fouten
meer en mijnheer De Wachter dacht natuurlijk dat dit dankzij zijn schema
was.
Roderik staarde nu wel aandachtig naar het bord, maar op zijn schoot lag
een strip, die hij las wanneer de leraar even niet keek.
Jasper was met iets heel anders bezig. Hij zou het vandaag aanvragen met
Peggy, maar hij wou haar geen dom briefje toestoppen waarop stond: ‘Wil
je met me?’. Nee, het moest iets unieks zijn, iets dat meisjes graag
hebben. Iets romantisch, zoals een gedicht. Maar dat was makkelijker gezegd
dan gedaan. Jasper keek achterom naar Peggy voor inspiratie. Wat was er
mooi aan haar? Ze was aardig, lief, een beetje sexy. Ze had kastanjebruin
haar en grijze ogen.
Je ogen zijn zo diep als de zee.
Wil je vrijdag met me mee?
Jasper huiverde en schrapte de twee zinnetjes door. Hij was nu eenmaal
geen dichter. Dan toch maar ‘Wil je met me?’. Hij keek opzij
naar Roderik, die naar het beeldverhaal in zijn schoot keek. Zijn blonde
haar hing naar beneden voor zijn ogen.
Wat mooi, dacht Jasper bij zichzelf. Hij kon wel duizend gedichten schrijven
over Roderik en zijn haar en over het daglicht dat het deed glanzen als
goud. En dan zijn naam, de naam van een middeleeuwse ridder. Roderik de
Dappere. Wat een naam!
En ineens was het gedicht daar in zijn hoofd alsof iemand het daar had neergeschreven.
Jasper pakte zijn balpen en schreef:
In de lente bloeien de mooiste bloemen,
Duizend kleuren in een zonnestraal
Daarom kan ik niet stoppen jouw naam te noemen
Want het is de mooiste van allemaal
Wil je vrijdag naar de film?
Jasper
Jasper stond versteld van zichzelf. Dit was echt een supermooi gedicht!
Eigenlijk vond hij het wel jammer om het aan Peggy te geven. Het paste zoveel
beter bij Roderik.
Hij vouwde het blaadje dubbel en schreef: ‘Voor Peggy’
op de achterkant.
‘Nederlands komt me zo langzamerhand de oren uit, kijk.’
Roderik draaide zijn hoofd en wees naar zijn oorschelp. De mallerd had er
zijn kauwgum in geplakt!’
‘Vetzak!’ grinnikte Jasper. Roderik plukte het ding uit zijn
oor.
‘Geef je dit even door aan Peggy?’ Jasper duwde Roderik zijn
liefdesverklaring in handen.
‘Oho. Jij laat er ook geen haar op groeien!’
‘Gras!’ fluisterde Jasper tussen zijn tanden. ‘En geef
het nu door, voor het verpulvert van ouderdom!’
Roderik grijnsde en gooide het briefje op Peggy’s bank. Het meisje
gaf hem een rare blik, maar vouwde het toch open en las. Ze neigde giechelend
naar haar vriendin en Jasper dacht meteen dat hij het verknoeid had. Maar
Peggy scheurde een blaadje uit haar Diddl-notitieboekje, schreef
er iets op en gaf het aan Roderik.
‘Kerende post’, fluisterde hij en moffelde het roze briefje
met de muis erop tussen Jaspers schrift. Jasper liet het er tussenuit glippen
en vouwde het open in zijn schoot.
Mooi gedicht. Dank je.
Ik dacht dat je het nooit zou vragen! Vrijdag is oké!
Kusjez
Peggy
xxxxxxxx
Jasper voelde zijn maag keren. Ze had ja gezegd! Nu was er geen weg meer
terug.
‘’k Zei het toch dat ze je leuk vindt?’ fluisterde Roderik,
die had meegelezen.
Jasper keek achterom. Peggy lachte naar hem en hij lachte terug. Waarom
voelde hij niet hetzelfde als wanneer Roderik naar hem lachte?
Misschien had zoiets tijd nodig; een dag, een week, een maand misschien.
Dan zou hij vast smoorverliefd op haar zijn.
‘Goed, we hebben nog tien minuutjes. Neem allemaal een half blaadje
papier!’
Het dictee van De Wachter was klokvast. Roderik zuchtte en schoof zijn stripboek
in zijn bank. Jasper nam twee voorgeschreven A5-blaadjes uit zijn map en
gaf er gewoontegetrouw eentje aan Roderik. Die knikte een bedankje en stroopte
demonstratief de mouwen van zijn LA Lakers-trui op.
Jasper kon geen mouwen opstropen, want hij had zijn trui bij het binnenkomen
in de klas uitgetrokken om zijn nieuwe Eminem T-shirt te showen: een cadeautje
van Lise. Hij trok een nette kantlijn met zijn rode balpen en was net klaar
met zijn naam en de datum, toen mijnheer De Wachter de eerste zin dicteerde.
Roderik ging half over zijn bank liggen en begon te schrijven. Zijn arm
lag bijna op Jaspers blad en de jongen schoof een beetje op. Jasper hield
zijn blad tegen met zijn linkerhand en schreef de eerste zin op. Toen mijnheer
De Wachter de tweede dicteerde, voelde Jasper plotseling Roderiks arm tegen
de zijne en er schoot een elektrische schok door zijn hele lijf. Hij voelde
de zachte warmte van Roderiks huid en de bewegingen van de spieren eronder
terwijl hij schreef. Zijn hoofd gebood hem snel zijn arm weg te trekken,
maar zijn lichaam weigerde. Daarvoor voelde het te goed. Zijn hart begon
sneller te slaan en hij voelde zijn bloed door zijn lijf stromen als een
kolkende rivier. Jasper stopte met schrijven en keek naar Roderiks arm,
rustend tegen de zijne. Hij zag de licht gebruinde huid van zijn vriend met de donkere moedervlek aan de elleboog en de duizenden fijne blonde donshaartjes, haast doorzichtig
in het daglicht, golvend boven Roderiks opspannende spieren. Jasper voelde
een onweerstaanbare drang om zachtjes met zijn vingers over de donshaartjes
te strelen en probeerde zich in te beelden hoe ze zouden aanvoelen onder
zijn vingertoppen. Hij trok zijn ogen weg van Roderiks arm en probeerde
zich met alle macht op zijn dictee te concentreren, maar mijnheer De Wachter
was al twee zinnen verder.
Jasper strekte zijn hals een beetje en probeerde over Roderiks arm, die
nog steeds tegen de zijne lag, te kijken. Roderik zag het en verlegde zijn
hand, zodat Jasper beter kon afkijken, maar daarmee verschoof hij ook zijn
arm en Jasper was teleurgesteld toen het huidcontact verdween.
‘De orkaan woedt is met ‘dt’’, fluisterde hij toen
hij de fout in Roderiks zin zag.
‘Bedankt’, fluisterde Roderik. Zijn arm dwaalde terug naar de
vorige zin en streelde hierbij heel zacht over Jaspers onderarm. In pure
extase schreef Jasper zelf een dt-fout.



