Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Maandag, 21 augustus 2017
Heb je deze al gelezen?



Jaspers vlinders - fragment
© 2014 - Uitgeverij Abimo
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Jaspers vlinders’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Beluister hier het fragment ingelezen door de auteur!
 


BloedlijnOp maandagochtend deed het nieuws de ronde dat de Mummie eindelijk het loodje had gelegd. Dat nieuws bleek, zoals gewoonlijk, schromelijk overdreven toen Darth Vader de klas binnenkwam met de mededeling dat mevrouw Schepens in het ziekenhuis was opgenomen. ‘Geen nood’, voegde hij eraan toe. ‘Er is al een vervanger gevonden, dus de biologieles van vandaag gaat gewoon door.’

Een collectieve zucht ging door de klas.

‘Het zal me benieuwen’, zei Roderik, maar uit de toon van zijn stem leidde Jasper af dat hij er weinig vertrouwen in had. Vervangers waren maar al te vaak bloedsaaie figuren, die je deden verlangen naar de vorige leraar. Hoewel, Jasper kon zich moeilijk inbeelden dat iemand nog saaier kon zijn dan de Mummie. Ze hadden alles bij elkaar nog maar vier uur biologie van mevrouw Schepens gehad. Dat betekende dat ze flink wat in te halen hadden en de maandagochtend was al zo vreselijk: twee uur wiskunde en een uur Nederlands.

Hoewel het hun moedertaal was, snapte geen mens in de klas iets van dat vak en zelfs de allerslimste meisjes raakten er de kluts bij kwijt. Mijnheer De Wachter had er een kunst van gemaakt om de meest eenvoudige spelling- en grammaticaregels zo ingewikkeld uit te leggen, dat je er kop noch staart aan kreeg. Ook nu weer had hij het hele bord volgeschreven met pijlen en schema’s in een poging om voor de zoveelste keer de dt-regels uit te leggen. Jasper had die al lang onder de knie dankzij een eenvoudig trucje: je vervangt een lastig werkwoord zoals ‘worden’ in je hoofd gewoon door een ander werkwoord waarvan je duidelijk de ‘T’ hoort op het einde, zoals ‘lopen’. ‘Hij loopt’ heeft een ‘t’ achteraan, ‘Hij wordt’ dus ook. ‘Ik loop’ heeft dan weer geen ‘t’, ‘Ik word’ dus ook niet.

Sinds Jasper hem het trucje had uitgelegd, maakte Roderik geen dt-fouten meer en mijnheer De Wachter dacht natuurlijk dat dit dankzij zijn schema was.

Roderik staarde nu wel aandachtig naar het bord, maar op zijn schoot lag een strip, die hij las wanneer de leraar even niet keek.

Jasper was met iets heel anders bezig. Hij zou het vandaag aanvragen met Peggy, maar hij wou haar geen dom briefje toestoppen waarop stond: ‘Wil je met me?’. Nee, het moest iets unieks zijn, iets dat meisjes graag hebben. Iets romantisch, zoals een gedicht. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Jasper keek achterom naar Peggy voor inspiratie. Wat was er mooi aan haar? Ze was aardig, lief, een beetje sexy. Ze had kastanjebruin haar en grijze ogen.

 

Je ogen zijn zo diep als de zee.

Wil je vrijdag met me mee?

 

Jasper huiverde en schrapte de twee zinnetjes door. Hij was nu eenmaal geen dichter. Dan toch maar ‘Wil je met me?’. Hij keek opzij naar Roderik, die naar het beeldverhaal in zijn schoot keek. Zijn blonde haar hing naar beneden voor zijn ogen.

Wat mooi, dacht Jasper bij zichzelf. Hij kon wel duizend gedichten schrijven over Roderik en zijn haar en over het daglicht dat het deed glanzen als goud. En dan zijn naam, de naam van een middeleeuwse ridder. Roderik de Dappere. Wat een naam!

En ineens was het gedicht daar in zijn hoofd alsof iemand het daar had neergeschreven. Jasper pakte zijn balpen en schreef:

 

In de lente bloeien de mooiste bloemen,

Duizend kleuren in een zonnestraal

Daarom kan ik niet stoppen jouw naam te noemen

Want het is de mooiste van allemaal

Wil je vrijdag naar de film?

 

Jasper

 

Jasper stond versteld van zichzelf. Dit was echt een supermooi gedicht! Eigenlijk vond hij het wel jammer om het aan Peggy te geven. Het paste zoveel beter bij Roderik.

Hij vouwde het blaadje dubbel en schreef: ‘Voor Peggy’ op de achterkant.

‘Nederlands komt me zo langzamerhand de oren uit, kijk.’

Roderik draaide zijn hoofd en wees naar zijn oorschelp. De mallerd had er zijn kauwgum in geplakt!

‘Vetzak!’ grinnikte Jasper. Roderik plukte het ding uit zijn oor.

‘Geef je dit even door aan Peggy?’ Jasper duwde Roderik zijn liefdesverklaring in handen.

‘Oho. Jij laat er ook geen haar op groeien!’

‘Gras!’ fluisterde Jasper tussen zijn tanden. ‘En geef het nu door, voor het verpulvert van ouderdom!’

Roderik grijnsde en gooide het briefje op Peggy’s bank. Het meisje gaf hem een rare blik, maar vouwde het toch open en las. Ze neigde giechelend naar haar vriendin en Jasper dacht meteen dat hij het verknoeid had. Maar Peggy scheurde een blaadje uit haar roze notitieboekje, schreef er iets op en gaf het aan Roderik.

‘Kerende post’, fluisterde hij en moffelde het roze briefje met het hartje erop tussen Jaspers schrift. Jasper liet het er tussenuit glippen en vouwde het open in zijn schoot.

 

Mooi gedicht. Dank je.

Ik dacht dat je het nooit zou vragen! Vrijdag is oké!

 

Kusjez

Peggy

xxxxxxxx

 

Jasper voelde zijn maag keren. Ze had ja gezegd! Nu was er geen weg meer terug.

‘’k Zei het toch dat ze je leuk vindt?’ fluisterde Roderik, die had meegelezen.

Jasper keek achterom. Peggy lachte naar hem en hij lachte terug. Waarom voelde hij niet hetzelfde als wanneer Roderik naar hem lachte?

Misschien had zoiets tijd nodig; een dag, een week, een maand misschien. Dan zou hij vast smoorverliefd op haar zijn.

‘Goed, we hebben nog tien minuutjes. Neem allemaal een half blaadje papier!’

Het dictee van De Wachter was klokvast. Roderik zuchtte en schoof zijn stripboek in zijn bank. Jasper nam twee voorgeschreven A5-blaadjes uit zijn map en gaf er gewoontegetrouw eentje aan Roderik. Die knikte een bedankje en stroopte demonstratief de mouwen van zijn LA Lakers-trui op.

Jasper kon geen mouwen opstropen, want hij had zijn trui bij het binnenkomen in de klas uitgetrokken om zijn nieuwe Eminem T-shirt te showen: een cadeautje van Lise. Hij trok een nette kantlijn met zijn rode balpen en was net klaar met zijn naam en de datum, toen mijnheer De Wachter de eerste zin dicteerde. Roderik ging half over zijn bank liggen en begon te schrijven. Zijn arm lag bijna op Jaspers blad en de jongen schoof een beetje op. Jasper hield zijn blad tegen met zijn linkerhand en schreef de eerste zin op. Toen mijnheer De Wachter de tweede dicteerde, voelde Jasper plotseling Roderiks arm tegen de zijne en er schoot een elektrische schok door zijn hele lijf. Hij voelde de zachte warmte van Roderiks huid en de bewegingen van de spieren eronder terwijl hij schreef. Zijn hoofd gebood hem snel zijn arm weg te trekken, maar zijn lichaam weigerde. Daarvoor voelde het te goed. Zijn hart begon sneller te slaan en hij voelde zijn bloed door zijn lijf stromen als een kolkende rivier. Jasper stopte met schrijven en keek naar Roderiks arm, rustend tegen de zijne. Hij zag de licht gebruinde huid van zijn vriend met de donkere moedervlek aan de elleboog en de duizenden fijne blonde donshaartjes, haast doorzichtig in het daglicht, golvend boven Roderiks opspannende spieren. Jasper voelde een onweerstaanbare drang om zachtjes met zijn vingers over de donshaartjes te strelen en probeerde zich in te beelden hoe ze zouden aanvoelen onder zijn vingertoppen. Hij trok zijn ogen weg van Roderiks arm en probeerde zich met alle macht op zijn dictee te concentreren, maar mijnheer De Wachter was al twee zinnen verder.

Jasper strekte zijn hals een beetje en probeerde over Roderiks arm, die nog steeds tegen de zijne lag, te kijken. Roderik zag het en verlegde zijn hand, zodat Jasper beter kon afkijken, maar daarmee verschoof hij ook zijn arm en Jasper was teleurgesteld toen het huidcontact verdween.

‘De orkaan woedt is met ‘dt’’, fluisterde hij toen hij de fout in Roderiks zin zag.

‘Bedankt’, fluisterde Roderik. Zijn arm dwaalde terug naar de vorige zin en streelde hierbij heel zacht over Jaspers onderarm. In pure extase schreef Jasper zelf een dt-fout.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017