Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Maandag, 21 augustus 2017
Heb je deze al gelezen?



De demonen van Dalca: Levensgif - fragment
© 2016 - Uitgeverij Van Halewyck
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Levensgif’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Beluister hier het fragment ingelezen door de auteur!
 


Levensgif‘Als je wilt geef ik je een rondleiding in La Chapelle des Chasseurs’, zei Manon.

Maikel knikte vurig. Hij was best wel nieuwsgierig naar deze plek. Het was net alsof hij in het decor van een film was terechtgekomen. En dus troonde Manon hem mee door de gangen van de ondergrondse Kapel van de Jagers, het laatste toevluchtsoord van de Sint­Michielsorde. Ze hoefde inderdaad niet onder te doen voor het paleis van Faustino, het was wel minder opgesmukt en het ging er allemaal ook wat chaotischer aan toe. Maar Maikel ontwaarde een zekere orde in de chaos. Iedereen kende er zijn plaats en zijn taak en niemand liep de ander in de weg.

De ridders onder leiding van Antoine werkten als een geoliede machine en velen hadden hun taak geërfd van vader op zoon. De smid die de wapens smeedde, stamde af van een heel oud geslacht van wapensmeden, dat tot ver in de middeleeuwen terugging. Maikel deed zijn best om Manon bij te houden, want ze was snel en hij had schrik om in het doolhof van zalen en gangen te verdwalen. Onder het lopen zag hij verschillende kamers die niet groter waren dan een paar vierkante meter en waar telkens een bed stond. Dit moesten de slaapcellen zijn van de ridders voor wanneer ze hier de nacht moesten doorbrengen.

Maikel was opgelucht toen ze uit de donkere gangen in een helverlichte zaal kwamen. Deze was nog groter dan de tempel waar ze binnen waren gekomen en waar Henry hardhandig had kennisgemaakt met Maikels halfbloedkrachten. De muren waren al even rijkelijk versierd met allerhande fresco’s die veldslagen tussen ridders, engelen en monsters uitbeeldden. Het immense gewelf werd ondersteund door massieve stenen pilaren, waarop Latijnse woorden waren geschilderd en Maikel wenste dat hij zijn vriend Siebe uit Brussel bij zich had om het te ontcijferen. Hij kon hem hier nu niet bereiken omdat zijn telefoon nog steeds uit stond. Antoine had de bezoekers nogmaals op het hart gedrukt om van hieruit geen contact op te nemen met de buitenwereld. Zelfs het versturen van een simpele sms, kon de locatie van La Chapelle des Chasseurs verraden en dat moest tot iedere prijs vermeden worden.

De grote zaal werd verlicht door toortsen, die in beugels aan de zuilen hingen en die de ruimte in een warme gloed hulden.

‘Hier oefenen we’, zei Manon. Haar stem galmde langs het hoge gewelf als in een kerk.

‘Wat oefenen jullie?’

‘Viool’, was het antwoord, maar Manon lachte en Maikel voelde zich stom. Hij zag ook wel de doelwitten die her en der stonden opgesteld. Oefenpoppen gemaakt uit juten zakken en gevuld met zand waarop doelschijven waren geschilderd.

Tu as un arme? Heb je een wapen?’

Maikel knikte en haalde aarzelend zijn katapult uit zijn jaszak. Manon keek er een beetje meewarig naar, maar toen Maikel haar de zilveren knikkers toonde die als projectiel dienden, snapte ze dat het best wel een dodelijk wapen kon zijn voor vampiers.

‘Kun je er goed mee overweg?’

Maikel schokschouderde. Hij was geen meesterschutter, maar hij had er toch wel al een paar vampiers mee uitgeschakeld.

Montre!’ Manon zei het op een uitdagende toon, alsof ze niet kon geloven dat de tengere jongen ook maar iets anders kon afvuren dan propjes met een elastiek in de klas.

Voor Maikel klonk het ook als een uitdaging en hij was vastbesloten om te tonen wat hij kon. Hij spande een zilveren knikker in het elastiek en richtte op een doelschijf, die met een touw aan de zoldering naar beneden hing.

Attends!’ zei Manon plotseling.

Maikel liet zijn katapult zakken en het meisje liep naar de doelschijf om hem een zetje te geven.
‘Zo is het meer een uitdaging’, zei ze.

Maikel richtte opnieuw zijn katapult en volgde nauwlettend de beweging van de doelschijf. Toen liet hij zijn knikker los … en miste.

Maikel zuchtte en liep naar de doelschijf om zijn knikker te gaan zoeken.

‘Probeer jij eens’, daagde hij haar uit.

Dat was het moment waarop Manon had gewacht en ze grijnsde opgewonden.

Ze bond een lederen bescherming rond haar arm en Maikel maakte er gebruik van om de doelschijf nog een extra zetje te geven, zodat hij wild heen en weer slingerde.

Manon legde een pijl aan. Niet het soort met de zilveren punt dat ze daarstraks op Maikel, Georg en Nathan had gericht, maar een doodgewone pijl met een metalen punt.

‘Dit zijn oefenpijlen’, legde ze uit. ‘Ik kan me niet veroorloven om met echt zilver te oefenen, zoals jij, monsieur Dalca.’ Ze gaf Maikel een knipoogje.

Toen concentreerde ze zich, trok vastberaden de boogpees naar achteren en liet haar pijl bijna meteen los. Maikel dacht dat ze zich misrekend had, maar dat was slechts schijn. Het projectiel plantte zich pal in het midden van de doelschijf.

‘Wow!’ bracht Maikel uit. ‘Jij bent goed!’

‘Gewoon een kwestie van oefenen. Uiteindelijk draait het om focus en de juiste techniek. Tu veux essayer?’

‘Maar ik heb nog nooit met een boog geschoten.’

‘Ik leer het je wel.’

Ze gaf Maikel haar boog en hij nam het wapen nogal onwennig vast.

‘Ben je rechts of links?’

‘Euh … rechtshandig.’

‘Dan neem je de boog het best in je linkerhand en span je de pees met je rechter. Meestal is je rechteroog dan ook je dominante oog waardoor je beter kunt richten. Probeer eerst eens de pees te spannen.’

Maikel trok wat onhandig de boogpees naar achteren.

‘Let op dat je niet loslaat, dat mag alleen als er een pijl op ligt. Span nu al je spieren in je arm, houd de boog met je linkerarm voor je en trek de pees zo ver als je kan achteruit.’

Met Maikels halfbloedkrachten gaf dit weinig problemen. Het was alsof hij een pluimpje tilde en hij trok de boogpees tot ver achter zijn oor.

Arrête!’ riep Manon verschrikt.

‘Zo, niet dus?’

Oui, mais … putain, tu es fort!’

Het was ongezien dat een jongen van net dertien die boogpees zo ver achteruit kon trekken. Zelfs Manon, die drie jaar ouder was en door de jaren heen genoeg spiermassa gekweekt had, slaagde er niet in om de pees van haar boog verder dan haar wang te spannen.

‘Span de pees tot aan je mondhoeken en houd je arm op schouderhoogte’, legde Manon uit. Maikel spande opnieuw de pees, voorzichtiger deze keer.

Parfait’, zei Manon. ‘En nu met de pijl.’

Maikel ontspande de pees toen Manon hem een van haar oefenpijlen gaf. Hij legde de pijl aan, maar Manon schudde haar hoofd.

‘Een pijl heeft steeds drie veren. De veren met dezelfde kleur moeten naar de kant van de pees wijzen en de andere veer naar de buitenkant. Zo wijkt je pijl niet van zijn richting af.’

Ze ging achter Maikel staan en leidde heel zacht en haast teder zijn handen, zodat hij aanvoelde hoe hij het moest doen. Met Manons handen op zijn armen, trok Maikel voorzichtig de boogpees naar achter.

Met haar voeten duwde ze zijn benen een beetje uit elkaar, zodat hij stabieler stond.

Maikel spande de boog verder op en scheerde met zijn blik over de punt van de pijl heen naar de bewegende doelschijf.

‘Laat maar los’, fluisterde ze in zijn oor.

Maikel ademde diep in en loste de pijl toen hij de doelschijf zag terug slingeren.

Hij zag zijn pijl haast in slow motion weg schieten, recht op het doel af. Hij raakte de doelschijf aan de onderkant, enkele centimeters van het midden.

Pas mal!’ complimenteerde Manon.

Maikel keek opgetogen naar het meisje, dat een flinke kop groter was dan hij.

Ze glimlachte. ‘Tu vois? Focus en techniek! De kracht heb je al.’

Maikel grijnsde en kreeg een kleur.

Manon was aardig en mooi en de gevoelens die hij nu ervoer verwarden hem. Natuurlijk waren zijn gevoelens voor Joanna sterker en was hun band dieper. Maar Manon – ook al was ze drie jaar ouder – mocht er ook wel zijn. Maikel bande de gedachten uit zijn hoofd. Manon, was gewoon een coole meid, met warme handen. Dat was alles. Warme handen.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017