Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Maandag, 23 oktober 2017
Heb je deze al gelezen?



De demonen van Dalca: Bloedlijn - fragment
© 2016 - Uitgeverij Van Halewyck
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Bloedlijjn’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Beluister hier het fragment ingelezen door de auteur!
 


Bloedlijn‘Hij heeft ons niet gezien!’ fluisterde Joanna.

De man stond echter vlakbij de uitgang en de twee tieners konden nooit ongezien buiten raken. Maikel stootte Joanna aan en wees naar de deur van de toiletten.

‘Moet je nodig?’

‘Ik denk niet dat hij ons daar zal gaan zoeken!’

Joanna knikte en toen de man zich, volledig verdiept in zijn telefoongesprek, omdraaide, renden ze half gebukt de lobby van het museum door en glipten door de deur de toiletten binnen.

Het waren de mannentoiletten en Maikel en Joanna waren er niet alleen toen ze de betegelde ruimte binnenstormden.

Een dikke man stond fluitend voor het urinoir, alsof hij niet alleen zijn blaas leegde, maar ook alle zorgen van de wereld uit zich liet stromen. De man ritste zijn broek dicht en gaf de twee jongeren – en dan vooral Joanna – een vreemde blik.

Toen hij naar buiten ging, hield een hand de dichtvallende deur tegen en trok hem weer open. De man in de lange zwarte regenjas kwam de toiletruimte binnen en zijn blik viel meteen op de twee tieners. Er was maar één ingang. Ze konden geen kant meer op.

‘Goed idee!’ siste Joanna schamper.

Maikels hand omklemde de katapult in zijn jaszak. Joanna’s haren hingen los, de zilveren haarpin hield ze halverwege in haar mouw geschoven, ondersteund door de toppen van haar vingers.

De man bleef staan en knikte een begroeting, terwijl hij zijn beide handen opstak als teken dat ze hem konden vertrouwen. Hij was ongeveer van dezelfde leeftijd als Victor. Eind in de dertig, misschien voor in de veertig. Hij had zwart, kortgeknipt haar, een hoekig gezicht en een lichtgetaande huid. Hij zag er kwetsbaar en verzwakt uit en greep naar zijn zij, alsof hij gewond was. Een vampier was hij niet, zo rook hij niet. Hij verspreidde enkel een hint van goedkope aftershave.

‘Dalca?’ vroeg de man. Zijn stem was zacht en had een duidelijke Oost-Europese tongval.

Maikel zette voorzichtig een stap naar voren en knikte.

‘Maikel Dalca’, zei hij en wees naar zijn eigen borst. Hij loste de greep op zijn katapult, want hij wist nu wel zeker dat deze man niets kwaads met hen voor had.

De man glimlachte en Maikel merkte een zekere opluchting, alsof de man iets gevonden had waar hij al een hele poos naar op zoek was. Hij stak zijn rechterhand in zijn binnenzak en haalde traag zijn portefeuille boven. Maikel zag nu dat de man een ring droeg. Niet zomaar een ring, maar een ring met het zegel van de Sint-Michielsorde. Dezelfde ring die hij aan zijn duim droeg, omdat hij nog te groot was voor zijn ringvinger.

‘Sint-Michiel’, wees Maikel naar de ring.

De man stak zijn portefeuille uit naar Maikel en zag nu ook wat de jongen bedoelde.

Da’, zei hij met een knikje. ‘Ordinul Sfântul Mihail. Am un mesaj de …
Amun … wat?’ vroeg Maikel verward. ‘I don’t understand, mister.

De man en de twee tieners keken met een ruk om toen de deur van de toiletruimte opnieuw open ging. Het oude dametje, dat ze daarnet op straat hadden gezien, liep moeizaam op de man in het zwart af. Ze droeg een bleke regenjas en haar spierwitte haar ging half schuil onder een zijden sjaal met bloemen. Haar gezicht was doorgroefd met rimpels, maar zag er best aardig uit. Een omaatje dat op zoek was naar het vrouwentoilet en zich ogenschijnlijk van deur had vergist. Aan haar hand droeg ze een boodschappentas van Aldi waaruit het kopje van de chihuahua de jongeren nieuwsgierig aanstaarde met grote donkere ogen. Een indringende dierlijke stank overstemde de weeë citroengeur van het toilet. Maikel had zijn katapult opnieuw omklemd en al half uit zijn jas.

Fiți atent!’ zei de man plots. Voor Maikel klonk het als fietsetent, maar door de toon waarmee de man het uitsprak, leek hij allesbehalve op zijn gemak.

De blik van het oude vrouwtje viel op de tieners en ze glimlachte vertederd …

Opeens ging alles heel snel. De man in het zwart schoot vooruit en nam het oude vrouwtje in een nekgreep. Ze gilde en de tas met het hondje viel met een bons op de tegels.

FUGI!’ riep de man. ‘RUN AWAY!

Maikel en Joanna aarzelden. Hun eerste reactie was om het vrouwtje te helpen, maar plotseling had ze de arm van de man vast en wierp hem met een verbazend soepele judo-heupbeweging over haar rug, zodat hij met een smak op de vloer neerkwam. In een wip was het kranige dametje boven op hem. Maikel keek vol ontzetting naar het kleine hondje. Dat was opeens twee keer zo groot geworden, met een reusachtige muil vol messcherpe tanden bewaakte het beest de uitgang van het toilet. De donkere kraaloogjes gloeiden bloedrood op.

‘Strigoi!’ wist Joanna.

Het hondje schoot op de hals van de weerloze man af en beet zich vast met een onaards gegrom. De man schreeuwde en donker bloed spatte over de witte tegels.

Maikel had zijn katapult nog steeds in zijn hand geklemd, maar hij verstijfde. Zijn hele lichaam blokkeerde, alsof in zijn hoofd opeens alle wegen dood liepen en hij geen kant meer uit kon.

Nu de man was uitgeschakeld schoot het oude vrouwtje op Joanna af. Ze maakte een zijwaartse beweging om het dametje te ontwijken en wilde haar zilveren pin tussen de schouderbladen van het vrouwtje planten, maar de oude dame klauwde briesend naar haar hand. Joanna gaf een kreet van pijn en de zilveren pin viel rinkelend op de tegels.

Joanna gaf het dametje een harde duw. De bovenmenselijke kracht van de jonge halfbloed katapulteerde het vrouwtje achteruit, zodat ze met een bons tegen de deur van een toilethokje aan knalde. Die vloog open en het dametje landde hard op het toilet. Joanna stormde voorwaarts en schopte de monsterlijke chihuahua weg van de man. Het hondje zeilde jankend de toiletruimte door en landde in een van de urinoirs, waar het roerloos bleef liggen. De oude dame vloog Joanna sissend aan.

‘Maikel!’ riep Joanna wanhopig, maar die stond nog steeds verkrampt met zijn katapult in zijn hand. Het dametje pinde Joanna tegen een wastafel en opende haar mond, waarin puntige hoektanden blonken.

Joanna griste wanhopig naar de haren van het vrouwtje en trok haar hoofd opzij. Ze brieste woest en hapte en klauwde naar het meisje.

Joanna zag de chihuahua uit het urinoir strompelen en het hondje stormde opnieuw op de zwaargewonde man af.

Joanna bracht haar hoofd hard naar voren tegen de neus van het vrouwtje, zodat ze het neusbeentje krakend voelde meegeven en ijskoud bloed tegen haar wang spatte. Het vrouwtje strompelde kermend achteruit met haar handen over haar bloedende neus. Joanna gaf haar nog een harde trap, zodat ze tegen de wastafel aan viel.

Maikel leek stilaan opnieuw tot de werkelijkheid te komen. De file in zijn hoofd loste op en hij kon zijn hart horen beuken in zijn borst. Snel laadde hij een zilveren kogel in zijn katapult en vuurde hem af op het hondje. Maar zijn handen beefden en het kogeltje scheerde rakelings over de rug van het mormel en sloeg een gat in de vloertegels.

De chihuahua keek op en kreeg hem in het oog. Dat was Joanna’s kans. Terwijl het hondje op Maikel af stormde, greep ze de achterste pootjes van het diertje beet met beide handen en sloeg het beestje zo hard tegen muur dat de tegels rinkelend op de vloer vielen. Het lijfje van de chihuahua viel slap en gebroken op de vloer.

Het oude vrouwtje uitte een dierlijke kreet en keek het tweetal aan met vuurrode ogen. Maikel laadde snel een nieuwe zilveren knikker in zijn katapult en richtte op de oude dame.

Plotseling begon ze te veranderen. In een oogwenk groeiden dikke zwarte haren op haar handen en gezicht. Ze kromp ineen en toen ze op handen en voeten op de tegels landde, was ze een pikzwarte kat geworden. Nog voordat Maikel zijn knikker kon afvuren, was de kat door het kiertje van de toiletdeur naar buiten verdwenen.

Waar de dode chihuahua had gelegen, lag nu een naakt mannenlichaam. Op de plaats waar zijn hoofd had moeten zitten, zat nog steeds het harige, verpletterde kopje van de chihuahua. Het lichaam begon plots te roken en werd helemaal grijs en bros, waarna het verpulverde tot as.

Maikel en Joanna knielden naast de man met de zwarte regenjas die hen had proberen te spreken. Hij leefde nog, maar zijn ademhaling was zwaar en de poel van donker bloed onder zijn hoofd werd steeds maar groter. De chihuahua had een flinke hap uit zijn hals losgescheurd en het bloed gutste steeds zwakker uit zijn uiteengereten halsslagader. Hij was ten dode opgeschreven.

‘Mijnheer?’ vroeg Maikel voorzichtig.

De man draaide zich moeizaam naar de jongen met het witblonde haar. Zijn hand ging in zijn jas en hij haalde opnieuw zijn portefeuille tevoorschijn. Bevend legde hij de portefeuille in Maikels handen. Zijn jas viel verder open, onder zijn shirt werd bloed zichtbaar.

‘Dalca. Romania’, kreunde hij zacht. Toen zakte zijn hoofd opzij en zijn ogen staarden in het ijle. Hij verdampte echter niet zoals Maikel en Joanna gewend waren bij vampiers. Dit was een mens van vlees en bloed …

Maikel voelde zich schuldig omdat hij niet meer had gedaan om te helpen. Als hij niet had geaarzeld was die arme man misschien nog in leven geweest en had hij misschien meer kunnen vertellen. Maikel keek naar zijn knieën en de met bloed bevlekte leren portefeuille in zijn hand.

‘Hij kende mijn naam!’

‘En hij was al gewond!’ Joanna wees naar een bloedrode snee onder het shirt van de man. ‘Hij was op de vlucht voor die monsters.’

‘Hij wilde mij iets geven.’

Maikel klapte de portefeuille open, maar Joanna pakte bruusk zijn arm beet en trok hem overeind.

‘Dat kan wachten! Mevrouw de kat en mijnheer de hond hebben vast nog wel dierenvriendjes en die wil ik niet tegen het lijf lopen. En bovendien heb ik geen zin om in een Keulse cel te belanden op beschuldiging van moord.’

Joanna waste snel het bloed van haar gezicht en armen en even later haastten de twee tieners zich door de donkere straten naar het hotel.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017