Alle rechten voorbehouden
Vrijdag kreeg Dion tijdens wiskunde een briefje toegestopt van Marco met het bericht dat de bloemen besteld waren. Nu was er geen weg meer terug. Het Cupidocomplot was in gang gezet en zou alleen maar stoppen wanneer Sandra en Peter niets meer van elkaar moesten hebben. Toen hij die zaterdag met zijn moeder door de chique buitenwijken reed waar Peter en Marco woonden, was Dion dan ook behoorlijk zenuwachtig.
Peter Coppyn deed het helemaal niet slecht als advocaat en woonde met zijn zoon in een grote, moderne villa; een hoekig betonnen ding met grijze muren en grote ramen, dat nog het meeste leek op een hoop blokken die door een reuzenkleuter op elkaar waren gestapeld. Mams vond het daarentegen weer een prachtig samenspel van modernisme en Bauhaus en complimenteerde Peter bij het binnenkomen ook met de minimalistische inrichting van de hal. Voor Dion was minimalisme gewoon een lege kamer met saaie witte muren. De woonkamer was al iets knusser ingericht met een bruin leren bankstel, dadelpalmen en lelijke schilderijen aan de muur. Het pronkstuk in de kamer was een bronzen beeld dat op een maag leek, maar dat volgens de beschrijving een liggend naakt was.
‘Mooi, hè’, zei Peter toen hij merkte dat Dion naar de schilderijen keek.
Dion knikte met een brede glimlach.
‘Waar is Marco?’ vroeg Sandra.
‘Die hangt nog ergens uit. Ik heb hem gezegd dat hij om halfzeven thuis moest zijn. Maar je weet wel, tieners, hè.’
‘Ik weet er alles van’, lachte Sandra, met een air van breek me de bek niet open.
Dion rolde met zijn ogen naar een schilderij dat veel weg had van een afbeelding uit zijn cursus meetkunde.
Peter had net het aperitief ingeschonken toen de voordeur dichtviel. Marco kwam de kamer binnen, dumpte zijn jas op de bank en ging nonchalant op de armleuning zitten.
‘We hebben een kapstok!’ zei Peter op verwijtende toon.
Marco blies geïrriteerd uit, pakte zijn jas en hing hem op aan de haak in de hal.
Terwijl Sandra en Peter wat bijpraatten, troonde Marco Dion mee naar zijn kamer.
Het was een grote kamer met een reusachtig raam dat op de tuin uitkeek. Er hingen skateboards aan de muur en posters van hiphop bands en beroemde skaters.
Marco had net als Dion een eigen computer, maar hij had ook zijn eigen televisie en dvdspeler. Zijn dvdcollectie bestond voornamelijk uit actiefilms en skateboardvideo’s. Er zat zelfs een schijfje tussen waarop je vijfenveertig minuten lang skateboarders op de meest gruwelijke manieren op hun gezicht zag vallen. Het verbaasde Dion niet dat Marco hierdoor gefascineerd was.
Op een rek boven Marco’s bed stonden een Legobrandweerwagen en een hele verzameling stoffige modelauto’s. Stille getuigen dat Marco ooit een ander kind was geweest.
‘Om half acht komen ze de bloemen brengen’, zei Marco. ‘Ik heb het goedkoopste boeket genomen, maar het heeft me toch dertig euro gekost.’
‘Goed’, zei Dion. ‘Het belangrijkste is nu dat we ons zo normaal mogelijk gedragen.’
Peter had voor de gelegenheid een fles champagne geopend, want hij had deze week een belangrijke zaak gewonnen. Voor Dion en Marco was er cola en toen ze getoost hadden op liefde en succes, vertelde Peter over een paar markante zaken die hij had moeten pleiten. Zo was er een man die door zijn buren voor de rechter was gedaagd omdat hij er een sport van had gemaakt om in hun voortuin te gaan plassen. Peter en Sandra haalden daarop herinneringen op aan allerlei gekke professoren van wie ze les hadden gekregen op de universiteit. Het gesprek kwam daarna onvermijdelijk op Peters huwelijk en op zijn eerste vrouw Els.
‘Ze is om het leven gekomen bij een verkeersongeluk’, zei Peter stil. ‘Toen ze met de auto van haar werk kwam...’
Er viel een nare stilte en Dion zag dat Marco stil naar zijn halflege colaglas staarde.
‘Het is bijna twee jaar geleden nu’, zei Peter. ‘Soms is het moeilijk, ook voor Marco. Maar als we er de hele dag door aan lopen te denken, hebben we geen leven meer. Het leven gaat door, zeggen ze, en wij moeten ook verder. Anders ga je eraan kapot.’
Hij glimlachte naar Sandra, die nu ook erg somber keek.
‘Dit moet een leuke avond worden’, zei Peter tenslotte en hij vulde de glazen nog eens.
Peter had, net zoals Dions moeder, zelf gekookt: zalm met een groentekrans en pasta. Je mocht zeggen over Peter wat je wilde, maar hij was wel een verdomd goeie kok.
Dion had zijn bord net voor de derde keer gevuld toen de deurbel ging.
‘Wie kan dat nu zijn’, zuchtte Peter.
Dion keek op de klok die boven de deur hing. Het was twintig over zeven. De jongens keken elkaar gespannen aan toen Peter de woonkamer uit ging.
Er klonk een gedempte discussie in de gang en even later kwam hij weer de kamer binnen met een tuil kleurige bloemen in zijn armen en een verbaasde glimlach op zijn gezicht.
Hij pakte het kaartje en las de tekst hardop voor: ‘Van harte bedankt voor de fijne avond. Je liefste Ronald.’
Sandra barstte nu ook in lachen uit.
‘Is er iets dat ik over jou moet weten, Peter?’
Peter keek schokkend van het lachen naar het kaartje.
‘Ik dacht eerst dat ze van een cliënt waren, maar ik ken geen Ronald.’
‘In ieder geval heeft hij toch een fijne avond gehad’, grinnikte Sandra.
‘Vast verkeerd geleverd’, besloot Peter. ‘Maar wat op het kaartje staat is wel waar...’
Hij scheurde het kaartje eraf en gaf de tuil aan Sandra.
‘Van harte bedankt voor de fijne avond, Sandra.’
Dions moeder bloosde er helemaal van en kuste hem op de mond.
Dion keek Marco hoofdschuddend aan. Die haalde alleen maar zijn schouders op en schoot hem een vragende blik terug.
Peter liep naar de kast met glazen en opende de deur. Onderin stonden drie grote vazen, maar toen hij zich bukte om de grootste te pakken, kreunde hij van de pijn en Marco moest hem weer overeind helpen.
Sandra nam de vaas uit zijn handen voordat deze aan scherven kon vallen en Peter ging met een grimas weer op zijn plaats zitten.
‘Mijn discushernia speelt weer op’, zei hij op een verontschuldigend toontje.
‘Ik zet ze wel even in het water’, zei Sandra en ze gaf hem opnieuw een kus.
Dion en Marco waren toen al de kamer uit.
In Marco’s slaapkamer deed Dion de deur dicht en keek Marco fronsend aan.
‘Wat moest dat nou voorstellen?’
‘Bloemen met een kaartje, zoals we afgesproken hadden.’
‘Je moest de naam van een vrouw erop zetten, dummie! Nu denken ze dat het een vergissing is en zitten ze te zoenen!’
‘Ik was in de war!’ weerde Marco zich. ‘Ik wist niet meer of ze voor mijn vader of voor jouw moeder waren! En noem me nog één keer dummie...!’
Dion zuchtte.
‘We pakken het beter eenvoudiger aan.’
Maar hoe, dat was nog een grote vraag.
Het was pas toen hij een paar uur later met mams in de auto naar huis reed dat Dion een fantastisch idee kreeg. Een plan dat zo eenvoudig was, dat het gewoon niet kon mislukken...
‘Dat ging goed, hè?’
Mams had haar handen op het stuur en haar blik op de weg. Haar glimlach leek voor altijd op haar gezicht gebeiteld.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg Dion verstoord.
‘Jullie zijn wel goede vrienden geworden, jij en Marco.’
Dion wilde in alle toonaarden ontkennen, maar wist ook wel dat er niets was dat het tegendeel bewees. Ze zaten voortdurend bij elkaar op de kamer te praten, alsof ze beste maatjes waren en aan tafel wisselden ze af en toe blikken uit, net zoals echte vrienden. Natuurlijk wist mams niet welke betekenis er achter die blikken en gesprekken schuilging en het was ook niet de bedoeling dat ze daar ooit achter kwam. Dus knikte hij alleen maar.




