Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Vrijdag, 22 september 2017
Nog meer recensies


Nachtwild Bloedlijn Levensgif Het Cupidocomplot Jaspers vlinders Robin Roover Robin Roover 2 Elfenblauw Elfenblauw 2 Elfenblauw 3 Elfenblauw 4 Gruwelhotel De Tijdspoort Het Kronosproject NHL1 NHL2 NHL3 Toxine
RECENSIES

coverElfenblauw

Fantasywereld

Het verhaal

Het Juweel van Silnaris is deel één van de Elfenblauw-reeks. In 2008 is het bekroond door de Vlaamse kinder- en jeugdjury. Dat de serie enorm populair is blijkt ook uit het feit dat dit boek alweer aan de derde druk toe is. Er is ook een website van deze serie te vinden via www.elfenblauw.com.

Het verhaal

Sander, de hoofdpersoon in dit boek, is wees en heeft zijn ouders nooit gekend. Het enige dat hij van hen geërfd heeft is een gouden amulet met vreemde symbolen erop en een heleboel vragen. Sander is een doodgewone jongen en woont bij zijn oom Brendan in een oude omgebouwde treinwagon. Van zijn oom leert hij schermen en wijze levenslessen, al ziet hij er het nut niet van in. Op een dag ontmoet hij echter een klein elfje dat in verbinding lijkt te staan met zijn amulet. Kort daarna wordt Sander bedreigt door een angstaanjagende zwarte ruiter op een metalen paard. Gelukkig weet het elfje Sander te wijzen naar een poort naar een andere wereld. Zo ontsnappen ze aan de zwarte ruiter die Sander probeert te doden. Vanaf dat moment zal zijn leven echter nooit meer gewoon zijn. Sander gaat spannende avonturen beleven en krijgt langzamerhand antwoorden op al zijn vragen.

De wereld waarin Sander terechtkomt is een wonderbaarlijke wereld vol magie en vreemde wezens. Deze wereld, zonder zaken als horloges en spijkerbroeken, heeft veel weg van onze wereld in de middeleeuwen. Als het elfje plotseling verdwijnt staat Sander alleen voor, maar gelukkig ontmoet hij al snel Taryn en zijn leermeester, een zwervende huurling met de naam Caldric. Zij maken hem wegwijs in Cyndrië en vertellen hem wie hij wie hij werkelijk is. Tot zijn grote verbazing en schrik blijkt Sander de langverwachte prins uit de voorspelling te zijn. Volgens de voorspelling zal deze prins de slechte tovenaar Farlog zal verslaan. Farlog heerst met harde hand over Cyndrië met behulp van de witte monniken en de alom gevreesde zieleneter.

Taryn en Caldric besluiten om Sander te helpen bij deze bijna onmogelijke opdracht. Onderweg naar het kasteel van Farlog sluiten kabouter Berik en de jonge draak Vonkje zich bij deze dappere groep aan.

Fantasy

Het Juweel van Silnaris is een verhaal vol met echte fantasy-elementen. Sander is de onwetende koningszoon met zijn trouwe vriend Taryn. Caldric is de strenge leermeester met het gouden hart. Beric en Vonkje de ongewone reisgenoten in de queeste om Farlok te verslaan. Eenhoorns en andere magische wezens ontbreken ook niet. Heel origineel is dit allemaal niet, maar dat maakt het boek beslist niet minder goed. De manier van schrijven is zo boeiend, meeslepend, spannend en grappig dat dit niets uitmaakt.

Schrijfstijl

Het taalgebruik is eenvoudig, maar beslist niet kinderachtig. Het boek leest vlot en de beschrijvingen zijn beeldend en levendig, zodat je de spanning als het ware kunt voelen en je je helemaal kunt inleven in het verhaal. Wat het boek nog aantrekkelijker maakt is dat er naast spanning ook veel humor in het verhaal zit.

De gebeurtenissen in het boek volgen elkaar snel en logisch op. Dit gebeurt in korte hoofdstukken zodat het goed te volgen blijft. Ook de persoonlijke ontwikkeling van Sander wordt goed opgebouwd. Hij gaat nadenken over vriendschap en over goed en kwaad en met vallen en opstaan groeit hij in zijn rol als kroonprins. Sander komt hierdoor overtuigend en echt over. De andere hoofdpersonen zijn vrij stereotiep, maar zeker niet minder leuk. Het verhaal word duidelijk afgesloten, maar toch weet de schrijver een opening te geven naar deel twee. Conclusie Het is bijna onmogelijk om niet in de ban van dit boek te raken. Het verhaal is goed geschreven en zit vol fantasy, spanning en humor. Sander is een sympathiek hoofdpersoon die heel echt overkomt, al beleeft hij zulke bijzondere magische avonturen. Ik vond het een fantastisch boek en zie uit naar deel twee.

Conclusie

Het is bijna onmogelijk om niet in de ban van dit boek te raken. Het verhaal is goed geschreven en zit vol fantasy, spanning en humor. Sander is een sympathiek hoofdpersoon die heel echt overkomt, al beleeft hij zulke bijzondere magische avonturen. Ik vond het een fantastisch boek en zie uit naar deel twee.

Connie Flipse
www.fantasywereld.nl
Oktober 2012

NBD/Biblion

Sander is een weesjongen die opgroeit bij zijn oom. Een treinwagon dient hen als woning. In een fabriekshal ontmoet hij een elfachtig wezentje dat een geheimzinnige, blauwe lichtschijn verspreidt. Hij wordt door het wezentje meegelokt in een andere, magische wereld, waarna de verrassendste avonturen elkaar in hoog tempo opvolgen. Zo wordt hij achtervolgt door een zwarte ruiter en witte monniken. Stukje bij beetje ontdekt hij wie hij van oorsprong eigenlijk is en sluit hij vriendschap met sprookjesachtige figuren. Eerste deel in de serie 'Elfenblauw'. Ten behoeve van de uitgave in Nederland is deze derde druk grondig herzien. Tekstdelen zijn veranderd en aangepast en ook eerdere plattegronden zijn verdwenen. Het prachtige verhaal is vol vaart geschreven. Het taalgebruik is eigentijds en filmisch en kent veel spreektaal en vlotte dialogen: 'ik haat (...)'; 'ik zie geen steek (...)'; 'wie is die vent (...)'; 'die kleine rat (...)'. Bekroond door de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury in 2008. Kloeke roman die door veel fantasyliefhebbers met rode oortjes gelezen zal worden. Vanaf ca. 12 jaar.

Mart Seerden
NBD/Biblion

NBD/Biblion

De auteur (1973) debuteerde in 2000 met een sciencefictionroman. Naast verschillende scifi-boeken heeft hij ook een jongerenroman over homoseksualiteit geschreven. Hij heeft al twee Vlaamse jeugdliteraire prijzen gewonnen. In zijn nieuwste boek schemert zijn sciencefictionachtergrond door de traditionele fantasy-setting heen, wat het tot een interessant mengsel van genres maakt. Sander (12) groeit op in onze wereld bij zijn oom die smid is. Als hij achtervolgd wordt door een zwarte ruiter en witte monniken, komt hij terecht in de middeleeuws aandoende wereld waar hij geboren blijkt te zijn als kroonprins. Na een lange tocht waarop hij steeds meer sprookjesfiguren als vrienden verzamelt, vindt hij de zwarte magier die zijn vader van de troon heeft gestoten en gaat het gevecht met hem aan.

Een verrassend, maar bevredigend slot. Pakkende beeldspraak, (droge) humor, levendige beschrijvingen, spanning en emotie; zelfs de kaart van de fantasiewereld voor en achter in het boek ontbreekt niet. Deze ingredienten maken dit vlot geschreven boek tot een geslaagde fantasy-avonturenroman. Vanaf ca. 12 jaar.

Biblion recensie, Redactie

Pluizer

Sander woont met zijn oom Brendan in een omgebouwd treinstel. Zijn ouders heeft hij nooit gekend. Het enige aandenken dat hij heeft, is een gouden amulet met vreemde tekens erop. Zijn oom Brendan heeft een vreemde hobby: hij smeedt zwaarden én kan ermee omgaan als de beste. Bovendien brengt hij Sander de kunst van het zwaardvechten bij. Hun leventje kabbelt verder, totdat Sander een elfje ontmoet, een elfje dat bovendien iets te maken blijkt te hebben met de amulet. En dan gaat het snel: er duikt een demonische zwarte ruiter op die Sander en Brendan naar het leven staat. Sander kan ontsnappen, en de elfjes wijzen hem de weg naar een poel in de kelder van een verlaten fabriek. Die poel blijkt een poort te zijn naar een andere wereld… Sander is de langverwachte kroonprins, die, zoals de legende het wil, Cyndrië van de tiran Farlag zal bevrijden. Hij maakt kennis met Taryn, een jongen van zijn leeftijd, en met diens meester Caldric. Samen trekken ze de wereld in, op zoek naar Astraea, de heks die hen in de strijd tegen Farlag zal helpen. Hun groepje wordt vervolledigd door Berik de kabouter en Vonkje, een jonge draak. Astraea zet hen op weg naar het kasteel van Farlag, waar de ultieme strijd tussen goed en kwaad gevoerd zal worden. En het is erop of eronder, een middenweg is er niet.

Dit is een vlot, goed geschreven en spannend fantasyverhaal, met alle noodzakelijke ingrediënten om dit voor de liefhebbers tot een waar festijn te maken. Het is aangenaam om te lezen, en soms is het best moeilijk om het weg te leggen, want je wil wel weten op welke manier de goede afloop bewerkstelligd zal worden. Alleen, er is weinig nieuws onder de zon: een verdreven koningszoon die de tiran zal verslaan, een (mooie) heks die hem daarbij helpt, een strenge leermeester, een goede vriend, de reis naar het kasteel, de vreemde wezens, avonturen onderweg … een zoveelste variatie van een gekend verhaal. Alleen Sanders karakter wordt goed uitgewerkt, alle andere personages zijn vrij stereotiep en worden enkel gekarakteriseerd in functie van het verhaal. Caldric maakt wel enige evolutie door, maar die is erg voorspelbaar. Kortom, dit is aangenaam leesvoer voor een luie namiddag, waarbij je niet al te veel hoeft na te denken. Jongeren zullen dit zeker aangenaam vinden.

Diane Thorné

Boekenboekenboeken Weblog

Sander groeit op bij zijn oom Brendan. Samen wonen ze in een omgebouwde treinwagon. Sander heeft zijn ouders nooit gekend. Het enige wat hij van hen heeft, is een amulet met vreemde tekens erop. Omdat hij verliest bij het zwaardvechten, moet hij van zijn oom naar de supermarkt. Dit tripje verandert zijn leven grondig… Want wat eerst een reuzeninsect leek, is eigenlijk een elfje. Een elfje dat een tijdje op krachten komt in Sanders rugzak, maar ze heeft heel andere dingen mee te delen… Ze weet blijkbaar meer over zijn ouders...

Dit boek begint op een bijna banale manier. Hoewel. Zwaardvechten met je oom in de toch wel bewoonde wereld is dat allerminst, lijkt me. Sander is een gewone schoolknaap, die het niet hoog opheeft met gym en de achterwaartse salto. “Waarvoor heb ik die in het leven nodig?” is zijn repliek. Hij heeft een beetje een ongewone woonsituatie, en een beetje een ongewone oom: hij is smid en leert zijn zoon omgaan met een zwaard. Maar ook dat is de buurt gewend, net als die oude omgebouwde treinwagon. Na het gevecht moet Sander, omdat hij verloor, naar de supermarkt, op de fiets, ook al zit er sneeuw in de lucht. “Je weet hoe je een telefoon moet gebruiken” is het antwoord van oom Brendan.

Na de komst van de “glimworm in de winter” veranderd alles langzaamaan voor Sander. Zijn oom kijkt helemaal niet raar op, wanneer hij ontdekt wat Sander in zijn rugzak verbergt. Het elfje toont Sander een poel in een oud fabriekspand. Wanneer hij terug naar de oude treinwagon wil fietsen, wordt hij in de stad achtervolgd door een zwarte ridder op een metalen paard. De ridder draagt een masker, en hij wil Sander dood hebben. Dit gegeven is in de wereld van vandaag misschien een beetje ongeloofwaardig neergezet, hoewel de buurtbewoners echt wel de stuipen op het lijf hebben.

Die achtervolging is voor oom Brendan het sein om zijn neefje in te lichten over de poort die zich onderin de poel in het oude fabriekspand bevindt, in te lichten… Sander vertrekt, om uit te komen in een heel andere wereld. Een wereld waarin Nikes niet bestaan, evenmin als een horloge of de kleren die hij draagt. Het is er ook veel warmer. Dit gegeven, van de put die een toegangspoort is, lijkt me weggeplukt te zijn uit “Vrouw Holle”. Dit stoort geenszins, het liet me, toen ik het besefte, eerder glimlachen. Een schrijver pikt altijd van anderen, hoorde ik reeds meerdere keren weerklinken. Het is alleen zaak hoe je dit aanpakt. In eerste instantie lijkt de tocht waarin Sander verzeild, er eentje als die in “De brief voor de koning” – van Tonke Dragt. Maar in “Elfenblauw” zit meer magie, terwijl “De brief voor de koning” meer op mensen gericht blijft. Sander komt verschillende mensen tegen, maar zijn tocht wordt pas een tocht met mensen rond zich wanneer hij, alleen in een woud, beslopen wordt door een hongerige wolf. Ook hier: een en al geloofwaardigheid: in een bos kun je maar beter niet alleen rondlopen. Een pijl maakt een eind aan het leven van de wolf, en zo ontmoet Sander Taryn. Taryn en zijn leermeester Caldric zullen voor de rest van het verhaal Sanders metgezellen zijn. Ook geloofwaardig, hoewel het een fantasy-roman betreft: Sander loopt rond in een magisch woud, dat heeft hij intussen wel door, want was er niet een elfje dat hem lokte? – een eenhoorn, en op de plaats waar Sander Taryn vertelt dat zijn oom overleden is, een bloem die opeens bloeit omdat Sander huilt.

Ook draken en kabouters bevolken dit boek op een min of meer geloofwaardige manier. Al zorgen de draken wel meer voor een spanningsveld. Wanneer de draak echter verslagen is, blijkt dat ze moeder was, en haar kleintje blijft achter. Dit wordt een beetje klef. (een heel klein beetje: ik hou er niet van om dieren die er niet voor dienen, op te voeren als een hond, wat hier wel gebeurt wanneer Taryn het vertrouwen wint van de babydraak – die Vonkje heet in de rest van het verhaal. Taryn krijgt namelijk een lik van de draak). Heel af en toe vond ik het een beetje saai worden, doorheen de tocht en de mensen die Sander leert kennen, maar dat duurde nooit erg lang, en het boek bleef me ongemeen boeien. De personages blijven ook mensen van vlees en bloed, je merkt dat Sander zijn oom mist, die hem wijze lessen bijbracht over dromen, bijvoorbeeld ; die leren je leven: “Stil maar, Sander, zou hij fluisteren. Dromen kunnen akelig echt zijn, maar ze maken je ook sterker. Ze leren je leven… Dat is hun doel.”

Nergens doorheen dit hele boek had ik het gevoel dat ik ook maar iets voelde aankomen waaien. Dat is sterk, afgezien van de verhaallijnen die ik herken uit “De brief voor de koning”, “Vrouw Holle” en aan het eind de zieleneter (dementors uit de Harry Potterboeken), die het op Sander heeft gemunt, met als eindpunt Farlog (Voldemort) die het op ook op Sander heeft gemunt, omdat Farlog de touwtjes in handen wil houden in Cyndrië.
Ook het taalgebruik valt op: Sander zou in bepaalde situaties kunnen gillen en in verontwaardiging kunnen beginnen roepen of schreeuwen, maar niets van dit alles, alles is mooi gedoseerd, en dat zorgt mee voor de geloofwaardigheid van dit boek. (p.113: Sander hoort wat de witte monniken aanrichten van Anka, en dat ze haar man meenamen. Sanders repliek is "wat verschrikkelijk”. Dit zou kunnen worden aangevuld met “tierde hij”, “baalde hij”, maar Sander zegt dit stil, en dat zorgt absoluut mee voor de geloofwaardigheid van de personages. Ze blijven dit ook, en het is sterk om dit 359 pagina’s vol te houden.

Boek en Jeugd Gids

In deze kloeke fantasyroman belandt de 12-jarige Sander - een wees die bij zijn oom opgroeit - in een andere wereld, na een wilde achtervolging door een zwarte ruiter en witte monniken. Hij blijkt in dat middeleeuws aandoende land geboren te zijn als kroonprins. Zijn vader is van de kroon gestoten door een zwarte magiër, met wie Sander de strijd aangaat, daarbij geholpen door een aantal sprookjesachtige figuren. Het met humor gekruide verhaal wordt verteld in beeldende taal. Sander wordt redelijk uitgewerkt; de overige personages zijn tamelijk stereotiep. Het verhaal is weliswaar spannend, maar binnen het genre niet verrassend. Op de schutbladen is een kaart opgenomen van het land Cyndrië, waarop de reis van de jongen te volgen is. Voor liefhebbers van fantasy vanaf ca. 12 jaar.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017